Het Kosovotribunaal in Den Haag heeft oud-president Hashim Thaci van Kosovo en drie andere voormalige leiders van het Kosovo Bevrijdingsleger (UCK) veroordeeld tot 25 jaar cel wegens oorlogsmisdaden. De rechtbank acht bewezen dat zij verantwoordelijk zijn voor vrijheidsberoving, mishandeling en marteling van honderden mensen, van wie 96 het leven lieten. De slachtoffers waren Serviërs, Roma en Albanese tegenstanders van de Kosovaarse onafhankelijkheidsstrijd. De misdrijven vonden plaats eind jaren negentig, tijdens en na de oorlog in de toenmalige Servische provincie Kosovo.

De uitspraak leidde in Kosovo tot ongeloof, teleurstelling en woede. Op pleinen in het hele land waren duizenden mensen samengekomen om de uitspraak op grote schermen te volgen. Velen hielden hun handen voor de ogen of lieten hun tranen de vrije loop. Ze droegen rood-zwarte vlaggen en T-shirts van het UCK. De verwachting was algemeen dat de voormalige leiders zouden worden vrijgesproken. Voor veel Kosovaren zijn Thaci en de andere veroordeelden helden die hen beschermden tegen het harde optreden van het Servische leger in 1998 en 1999. Dat zij zich tegelijkertijd schuldig hebben gemaakt aan misdaden tegen Servische burgers, Roma en Albanese tegenstanders, is voor hen moeilijk te aanvaarden.

Oud-premier Ramush Haradinaj, zelf voormalig UCK-commandant en eerder vrijgesproken door het tribunaal, noemde de uitspraak oneerlijk en onacceptabel. Hij riep op tot kalmte. De Kosovaarse politie was massaal aanwezig om rellen te voorkomen en verhinderde dat demonstranten het kantoor van de Europese politiemissie Eulex in de hoofdstad Pristina binnendrongen. Na een fluitconcert en een protestmars gingen de meeste demonstranten naar huis. De Servische minderheid in Kosovo, ongeveer vijf procent van de bevolking, vreesde vooraf doelwit te worden van uitbarstingen van vreugde of woede. In het dorp Gracanica bij Pristina bleven scholen daarom gesloten. Tot nu toe bleef het rustig, ook in de gemengde stad Mitrovica.

In Den Haag kwam het bij een solidariteitsprotest op het Malieveld tot ongeregeldheden. Sympathisanten van Thaci keerden zich tegen de politie, die traangas en een waterkanon inzette om de rust te herstellen. Een agent raakte lichtgewond en twee mensen werden aangehouden.

De waarnemend president van Kosovo, Albulena Haxhiu, sprak van een zware klap voor de families van de veroordeelden en een uiterst schokkende uitkomst voor Kosovo. Ze benadrukte dat de uitspraak niet mag worden gebruikt om Servische misdaden tijdens de oorlog te relativeren. Volgens haar is het laatste juridische woord nog niet gesproken en moet het recht op beroep worden gebruikt. Aan het eind van de middag bevestigde de advocaat van Thaci dat zijn cliënt inderdaad in beroep gaat. Hij riep het Kosovaarse parlement op de steun voor het tribunaal te heroverwegen en sprak van misbruik van de rechtspraak.

Thaci en de drie andere veroordeelden hebben altijd volgehouden onschuldig te zijn. Hun belangrijkste verweer was dat het UCK een guerrillabeweging was met een losse leiderschapsstructuur, waardoor zij geen weet zouden hebben gehad van misdaden van UCK-leden en daarop geen invloed zouden hebben uitgeoefend. De rechters verwierpen dat verweer. Zij achtten niet alleen bewezen dat Thaci het beleid mede bepaalde en slachtoffers uitkoos, maar ook dat hij zelf aan de misdrijven deelnam. Tegen Thaci loopt nog een aparte rechtszaak wegens beïnvloeding van getuigen; daarvoor eisten de aanklagers nog eens zes jaar cel.

Uit Servië kwamen instemmende reacties. Minister van Binnenlandse Zaken Ivica Dacic noemde de veroordeling een duidelijke, zij het late bevestiging van wat Servië al een kwart eeuw zegt: dat het UCK een criminele en terroristische organisatie was. Hij noemde het een historische herinnering voor Pristina en zijn buitenlandse sponsors dat een nepstaat niet kan worden gebouwd op de massagraven van vermoorde Serviërs. Wel vindt hij de straf te laag en te laat, en hekelde hij de vrijspraak voor de zwaardere aanklacht van misdaden tegen de menselijkheid. De Servische president Aleksandar Vucic reageerde later op de dag.

Auteur

Misdaad en buitenland

Ruben Visser — misdaad en buitenland, Kernblik.