Van de werknemers in de sector zorg en welzijn werkt 1,2 procent door na het bereiken van de AOW-leeftijd. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daarmee blijft de sector onder het landelijk gemiddelde van alle beroepsgroepen. Het gaat om een klein deel van de medewerkers: na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd stopt het overgrote deel van de zorgmedewerkers met werken in deze sector.

Het CBS-cijfer geeft inzicht in de mate waarin mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt, nog actief blijven in hun baan binnen zorg en welzijn. Het landelijk gemiddelde ligt hoger, wat betekent dat in andere sectoren een groter aandeel van de werknemers na de AOW-leeftijd doorwerkt. De sector zorg en welzijn valt daarmee duidelijk af tegen de rest van de arbeidsmarkt op dit punt.

Voor een sector die al langer kampt met personeelstekorten is deze verhouding een relevant gegeven. Het doorwerken na de AOW-leeftijd kan bijdragen aan het behoud van ervaren krachten, terwijl het beperkte aandeel laat zien dat dit in de zorg en welzijn nog weinig voorkomt. De cijfers geven geen verklaring voor het verschil met andere sectoren; zij beschrijven vooral de huidige situatie.

De statistiek is een momentopname van de arbeidsmarkt in zorg en welzijn voor oudere werknemers. Wat de cijfers betekenen voor de inzet van oudere medewerkers, en of het aandeel in de toekomst zal veranderen, blijft uit de gegevens zelf niet op te maken. Het CBS publiceert de cijfers als vaststelling van de huidige stand van zaken.

3Weergaven

Auteur

Misdaad en buitenland

Ruben Visser — misdaad en buitenland, Kernblik.