Prinses Amalia is vorige week bij de Koninklijke Marine bevorderd van korporaal tot sergeant. De promotie hoort bij haar studie- en werktraject bij het Defensity College. Haar keuze voor defensie past volgens militair historicus Erwin van Loo in een lange traditie binnen het Koninklijk Huis.
In de nieuwe aflevering van de NOS-podcast De Monarchie zegt Van Loo dat de band tussen de Oranjes en de krijgsmacht teruggaat tot de Tachtigjarige Oorlog. "Die band is gebleven en dat komt echt van twee kanten: de krijgsmacht is Oranjegezind en de koninklijke familie omarmt dat." Volgens hem begint de verbintenis al bij Willem van Oranje. Eerst de stadhouders en later de koning hadden het oppergezag over het leger, tot in de negentiende eeuw.
De laatste koning die actief deelnam aan gevechten was Willem II tijdens de Slag bij Waterloo. Na 1848 werd de macht van het koningshuis ingeperkt, waardoor de rol van de koning bij defensie symbolisch werd. Van Loo stelt dat de band desondanks nog steeds hecht is. Hij ervoer dat zelf toen hij als reserve-officier werd uitgezonden naar Mali. Op een militair kamp ver van huis werd Koningsdag gevierd met een speciaal appèl, waarna oranjebitter werd uitgedeeld, zonder alcohol omdat het om een uitzending ging.
Na Willem III waren er geen mannelijke troonopvolgers meer, en vrouwen werden pas na de Tweede Wereldoorlog welkom bij defensie. Daardoor konden Wilhelmina en Juliana zelf niet actief meedoen. Van Loo benadrukt dat Wilhelmina zich desondanks sterk verbonden voelde met de krijgsmacht en tijdens de beide wereldoorlogen een belangrijke morele rol speelde. Niet voor niets werd zij soldatenkoningin genoemd.
Ook koning Willem-Alexander had een militair verleden. Na zijn middelbare school vervulde hij zijn dienstplicht bij de marine en bleef daarna in dienst. Volgens Van Loo vloog de latere koning boven het belegerde Sarajevo, iets dat weinig bekend is. "Hij wilde dat zelf heel graag meemaken, maar het was zeker niet zonder risico." Willem-Alexander bleef in dienst tot hij in 2013 werd beëdigd als koning. Omdat een lid van de regering niet in dienst van defensie mag zijn, legde hij zijn taken neer en kreeg hij eervol ontslag.
Amalia is nu de eerste prinses van Oranje die actief is bij defensie. Ook in Spanje, Noorwegen en België volgden kroonprinsessen een militaire opleiding. Dat blijkt de populariteit van de kroonprinsessen te versterken. Omgekeerd nam na de deelname van Amalia het aantal aanmeldingen bij het Defensity College toe. Ook steeg het aantal bezoekers op de vacaturesite van Defensie nadat Máxima als reservist was opgeleid.
Van Loo acht het niet waarschijnlijk dat Amalia na haar opleiding in een actieve gevechtssituatie terechtkomt. Uit de geschiedenis blijkt dat dit altijd werd vermeden. Bovendien komt maar een klein deel van de militairen aan het front terecht. "Er zijn ook ondersteunende rollen waarmee je op een andere manier je bijdrage kan leveren."
3