Het hoger onderwijs in Nederland heeft te maken met een zogeheten studeercrisis. Studenten besteden minder tijd aan hun studie dan voorheen, docenten staan regelmatig voor halflege collegezalen en AI-chatbots helpen bij het maken van opdrachten. Bij de pabo in Rotterdam kwam het zelfs voor dat er geen enkele student op een les verscheen. De opleiding heeft daarom besloten dat studenten verplicht actief moeten meedoen aan de lessen.
Onderzoekers spreken van een breder probleem in het hoger onderwijs. De dalende studie-inzet is niet beperkt tot één instelling of opleiding, maar raakt het hele stelsel. Docenten merken dat de opkomst bij colleges terugloopt en dat studenten vaker afwezig zijn. Tegelijkertijd verandert de manier waarop studenten hun opdrachten maken: AI-chatbots nemen een deel van het werk over, waardoor het zicht op de daadwerkelijke studie-inspanning afneemt.
De pabo in Rotterdam is een van de opleidingen die de gevolgen aan den lijve ondervindt. Lessen waarin geen enkele student komt opdagen ondermijnen niet alleen de kwaliteit van het onderwijs, maar ook de motivatie van docenten. De opleiding heeft daarom gekozen voor een aanpak waarbij aanwezigheid en actieve deelname niet vrijblijvend zijn. Studenten moeten meedoen, en docenten willen dat studenten zelf inzien dat hun aanwezigheid ertoe doet.
«Je wil dat studenten zelf doorhebben: wij willen bij de les zijn», aldus een betrokkene bij de opleiding. Die uitspraak vat de kern van de nieuwe aanpak samen. Het gaat niet alleen om het verplicht stellen van aanwezigheid, maar ook om het creëren van een cultuur waarin studenten het nut en de waarde van fysiek onderwijs ervaren. De maatregel moet ervoor zorgen dat lessen weer gevuld raken en dat studenten actief deelnemen aan het leerproces.
De problemen in het hoger onderwijs spelen al langer. Uit eerder onderzoek blijkt dat studenten minder uren per week aan hun studie besteden dan de studiebelasting voorschrijft. De coronapandemie heeft die trend versterkt: onlineonderwijs maakte het makkelijker om colleges over te slaan, en die gewoonte is bij een deel van de studenten blijven hangen. De opkomst van AI-chatbots heeft daar een nieuwe dimensie aan toegevoegd. Studenten kunnen opdrachten sneller laten genereren, waardoor de noodzaak om zelf actief met de stof bezig te zijn lijkt af te nemen.
Voor opleidingen als de pabo is dat een extra zorg. Leraren basisonderwijs worden opgeleid voor een beroep waarin aanwezigheid, interactie en didactische vaardigheden centraal staan. Wie zelf nooit ervaart hoe het is om actief deel te nemen aan een les, krijgt het later moeilijker voor de klas. De Rotterdamse pabo probeert daarom al tijdens de opleiding het gedrag te stimuleren dat later in het onderwijs nodig is.
Of de verplichte actieve deelname op meer opleidingen navolging krijgt, is nog niet duidelijk. Wel staat vast dat het hoger onderwijs zoekt naar manieren om de studie-inzet te vergroten en de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. De discussie over aanwezigheidsplicht, actieve deelname en de rol van AI bij studieopdrachten zal de komende tijd dan ook niet verdwijnen.
2