Volkswagen vindt dat de politiek meer verantwoordelijkheid moet nemen voor de Europese auto-industrie. Tijdens een bijeenkomst voor de opening van de autoshow in Parijs presenteerde topman Oliver Blume de zogeheten For Europe-visie. Dat plan moet de Europese autosector gezond houden en weerbaarder maken tegen buitenlandse concurrentie.
Het concern zit zelf in zwaar weer. Volkswagen krijgt flinke klappen in China, heeft moeite met de Amerikaanse handelstarieven en ligt overhoop met de vakbonden in eigen land. Afgelopen zomer greep het bedrijf al hard in met een verbeterplan. Dat voorziet in minder productiecapaciteit, massaontslagen, minder modellen en minder uitvoeringen. Het doel is de winstgevendheid van Volkswagen en alle merken daaronder te verbeteren.
Volgens Blume is het probleem echter breder dan Volkswagen alleen. Alle Europese autofabrikanten hebben last van Chinese concurrentie en Amerikaanse importheffingen. Daarom wil hij dat autofabrikanten en politiek meer samen optrekken. «Europa heeft sterke fundamenten: een brede industriële basis, een groot innovatief vermogen en veel gemotiveerde, hooggekwalificeerde mensen», zei Blume. «Waar het om gaat, is wat we met deze sterke punten doen. Dat is precies waar For Europe voor staat: de krachten van Europa bundelen, ze sneller naar de markt brengen en ze inzetten om groei, waarde en werkgelegenheid in Europa te creëren.»
Het concern benadrukt dat het zelf ook stappen zet. Volkswagen wil de complexiteit verminderen, sneller besluiten nemen en zich richten op zaken die winst en groei opleveren. Als voorbeeld noemt Blume de nieuwe familie kleine elektrische auto’s, waaronder de Volkswagen Polo en ID Cross, de Skoda Epiq en de Cupra Raval. Die modellen delen 80 procent van hun componenten, worden in dezelfde fabrieken door elkaar gebouwd en zijn zij aan zij ontwikkeld.
Toch kan de auto-industrie het volgens Blume niet alleen. Beleidsmakers moeten de juiste randvoorwaarden scheppen. Een van de punten uit de visie is dat fabrikanten beloond moeten worden als ze in 2028 en 2029 meer elektrische auto’s verkopen dan de regelgeving voorschrijft. Die extra auto’s zouden dan in mindering gebracht moeten worden op de aantallen voor de jaren 2030 tot en met 2032. Volkswagen wijst erop dat het klimaat er baat bij heeft, terwijl elektrische auto’s minder winstgevend zijn dan auto’s met een brandstofmotor.
Daarnaast wil Volkswagen dat auto’s met het stempel Made in Europe financiële voordelen krijgen. Het concern wil zich echter niet vastleggen op uitsluitend produceren in Europa voor Europa. Als 70 procent van de verkochte auto’s van een merk aan de eisen voldoet, zouden alle auto’s van dat merk voordeel moeten krijgen. Dat moet de handelsrelaties met landen en bedrijven buiten de EU gezond houden. Ook de batterij-industrie in Europa moet volgens Volkswagen worden geholpen, naar internationaal voorbeeld.
Blume kreeg bijval van de Franse gedelegeerd minister van Industrie, Sébastien Martin. Hij onderschreef de woorden van de Volkswagen-topman en voegde daar een opmerkelijke boodschap aan toe: «Een iets duurdere Europese auto is de prijs die we moeten betalen voor zelfbeschikking en bescherming van de industrie.»
De For Europe-visie is geen officiële strategie, maar een oproep tot actie van beleidsmakers. Volkswagen wil dat politiek en bedrijfsleven gezamenlijk optrekken om de Europese auto-industrie concurrerend te houden. Het concern begint daarbij naar eigen zeggen bij zichzelf.
2