De Servische president Aleksandar Vucic heeft zondagavond zijn aftreden aangekondigd. De 56-jarige Vucic gaf daarmee toe aan de eisen van demonstranten in het land, die al maandenlang protesteren tegen de huidige regering. Zijn vertrek maakt de weg vrij voor vervroegde verkiezingen.
Vucic had zijn vertrek al in juni aangekondigd. Hij is negen jaar president geweest. Het aftreden volgt op een lange periode van protesten tegen zijn regering. De onvrede manifesteerde zich eind 2024, toen in de stad Novi Sad een stationsgebouw instortte. Zestien mensen kwamen daarbij om het leven. Betogers gingen massaal de straat op en zagen de instorting als symbool voor de regeerperiode van Vucic. Ze wezen op corruptie in het land, aanvallen op de rechtsstaat en beperkingen van de persvrijheid.
De populistische Vucic onderhoudt goede banden met Rusland en weigerde Europese sancties tegen dat land over te nemen. Tegelijkertijd zegt hij dat Servië lid wil worden van de Europese Unie, maar de gesprekken daarover verlopen moeizaam. Vucic is niet van plan zich terug te trekken uit de politiek. Hij kan niet op voor een derde termijn als president, maar wil als partijleider van de conservatieve SNS meedoen aan de parlementsverkiezingen in oktober. Als zijn partij wint, kan Vucic premier worden. Van 2014 tot 2017 was hij ook premier.
De SNS neemt het in de verkiezingen op tegen een partij die voortkomt uit de studentenprotesten en een blok van pro-westerse partijen die snelle toenadering tot de EU willen. Na het kiezen van een nieuw parlement volgen ruim een maand later de presidentsverkiezingen in Servië.
4