In verschillende Franse steden zijn protesten tegen de stijgende kosten van levensonderhoud zaterdag uitgelopen op rellen. De politie in Parijs zette traangas en een waterkanon in om betogers te verdrijven. In het hele land zijn vele tientallen mensen aangehouden. De Franse autoriteiten hadden al rekening gehouden met ongeregeldheden en hadden extra politie ingezet.
In Parijs werd een auto in brand gestoken. Rond de Champs-Élysées gold een demonstratieverbod, maar winkeliers hadden uit voorzorg platen tegen hun etalages geplaatst. Rond het middaguur waren in de hoofdstad ongeveer honderd mensen gearresteerd, vooral vanwege verboden wapenbezit of het dragen van beschermingsmiddelen zoals veiligheidsmaskers en -brillen om zich tegen traangas te wapenen. De politie controleerde iedereen die er als een demonstrant uitzag en vroeg om een legitimatiebewijs.
In Marseille drongen enkele mensen het stadhuis binnen. Volgens de Franse televisiezender BFMTV schreven zij een anarchistische leus op de muur, maakten zij televisies kapot en gooiden zij een buste van Marianne, het nationale symbool van Frankrijk, op de grond. Burgemeester Payan van Marseille reageerde woedend. «Het is onacceptabel om dit soort protesten te gebruiken om in te breken, vandalisme toe te passen en dit nationale symbool te vernielen», zei hij. Volgens Payan valt de schade in het stadhuis mee. Ook werden in Marseille de ruiten van een politiebureau ingegooid en werden er rookbommen naar binnen gegooid. Er zouden geen gewonden zijn gevallen.
Naast Parijs en Marseille zette de politie ook in Lyon en Bordeaux traangas in. De Franse regering verwachtte in totaal 40.000 demonstranten in Parijs en 150.000 actievoerders in de rest van het land. Het ministerie van Binnenlandse Zaken hield rekening met honderden acties verspreid over het land. De afgelopen weken protesteerden vooral scholieren en studenten, maar zaterdag deden ook andere groepen mee, waaronder boeren, verpleegkundigen en taxichauffeurs.
Ook de gelehesjesbeweging was van de partij. Die beweging ontstond in 2018 uit onvrede over de aangekondigde verhoging van de brandstofprijzen, maar groeide uit tot een breder protest tegen de hoge kosten van levensonderhoud en inkomensongelijkheid. Maandenlang gingen mensen in gele hesjes elk weekend de straat op, vaak met veel geweld. De beweging kreeg navolging in België en Nederland. Voor Salif en Jérémy was het zaterdag hun eerste keer in een geel hesje. Zij kwamen van buiten Parijs naar de Place de la République om te protesteren tegen de hoge kosten. «In de supermarkt betaal je nu anderhalf keer zo veel als een paar jaar geleden, het is niet meer te doen», zeiden zij tegen de NOS-correspondent.
Ook in België braken rellen uit. Scholieren en studenten protesteerden daar tegen de bezuinigingen in het onderwijs. «Ik betoog, omdat het budget van mijn school enorm verlaagd is», zei een student tegen de Vlaamse omroep VRT. In Brussel werden vuurwerk en stenen naar de politie gegooid. Agenten zetten traangas en een waterkanon in. In de buurt van station Brussel-Zuid werden deelfietsen en -steps in brand gestoken. Er zijn meerdere mensen opgepakt. Ook in Luik waren betogers op de been en werd op verschillende plekken het verkeer geblokkeerd.
2