In de Duitse stad Osnabrück is een opera in première gegaan over Peter van Pels, de jongen die samen met Anne Frank onderdook in het Achterhuis. Het werk, dat honderd jaar na zijn geboorte wordt opgevoerd, wil laten zien dat Van Pels meer was dan alleen het eerste vriendje van Anne. Initiatiefnemer Ulrich Mokrüsch, artistiek directeur van het Theater Osnabrück, zegt tegen Duitse media dat de uitdaging was om hem zijn eigen stem te geven.
Peter van Pels werd in 1926 geboren in Osnabrück, tachtig kilometer van de Nederlandse grens. Weinig mensen weten dat hij uit deze stad komt, aldus Mokrüsch. Zelfs in Osnabrück is dat nauwelijks bekend. Uit angst voor het opkomende nazisme verhuisde het Joodse gezin in 1937 naar Amsterdam, waar zijn vader Hermann voor Otto Frank ging werken. In 1942 doken ze samen met de familie Frank en tandarts Fritz Pfeffer onder in het Achterhuis aan de Prinsengracht.
De opera gaat verder dan het verhaal dat Anne Frank in haar dagboek vastlegde. Omdat er nauwelijks details bekend zijn over zijn leven voor en na de onderduik, koos het gezelschap voor een fictief verhaal. Er bestaat slechts één foto uit zijn tijd in Amsterdam. Volgens Mokrüsch was het belangrijk om een breder verhaal te vertellen dan alleen dat uit het dagboek. Het stuk behandelt zijn hele leven, van Osnabrück via Amsterdam tot Auschwitz en Mauthausen, tot aan zijn dood.
Peter van Pels overleed op 10 mei 1945, vijf dagen na de bevrijding van het concentratiekamp Mauthausen, aan de ontberingen die hij had doorstaan. Zijn ouders waren maanden eerder door de nazi's vermoord. Van de acht onderduikers in het Achterhuis overleefde alleen Otto Frank de oorlog.
Mokrüsch noemt opera de ideale kunstvorm voor dit tragische verhaal. De grootsheid en schoonheid van deze vertelvorm doen volgens hem recht aan de omvang van het onderwerp. Het is niet een saaie geschiedenisles die je uit morele verplichting moet ondergaan, maar ook een fijne avond theater. Hij heeft tweeduizend schoolkinderen uit de stad uitgenodigd om de voorstelling bij te wonen, zodat zij het verhaal en de bredere context leren kennen. Vijftienjarigen, net zoals Peter was, hoopt hij dat ze zich herkennen in zijn zoektocht naar een eigen identiteit. Het was immers ook een normaal tienerleven, benadrukt hij.
Het doel is om de mensen wier levens verwoest werden te laten zien als meer dan alleen slachtoffers. De bewoners van het Achterhuis waren volgens Mokrüsch heel normale mensen in vreselijke tijden. Hij wijst erop dat wij het voorrecht hebben op te groeien in totaal andere tijden. Toch klinken de echo's van het verleden steeds luider door, nu in Duitsland de radicaal-rechtse AfD zo succesvol is. Mokrüsch noemt het fortuinlijk dat het stuk daardoor ook actueel is geworden. Hij had niet kunnen bevroeden dat dit verhaal over de omgang met herinneringscultuur steeds belangrijker zou worden.