Israël heeft Nederlandse vertegenwoordigers uitgezet uit het internationale steuncentrum voor Gaza. Minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar nam het besluit met goedkeuring van premier Benjamin Netanyahu. Aanleiding is een reeks volgens Israël anti-Israëlische stappen van de Nederlandse regering, waaronder het verbod op de import van producten uit Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.
De uitgezette Nederlanders werken bij het civiel-militaire coördinatiecentrum (CMCC) in de Israëlische plaats Kiryat Gat, ten noorden van de Gazastrook. Vanuit dat centrum houden de Verenigde Staten, Israël en vijftien andere landen, waaronder Nederland, toezicht op het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas. Ook coördineren zij internationale hulp en houden ze zich bezig met de wederopbouw van Gaza. Het CMCC is onderdeel van het Amerikaanse 20-puntenplan voor Gaza, waarover president Trump begin oktober een akkoord sloot met Netanyahu en Hamas.
De twee Nederlanders zijn civiele experts met kennis van de regio. Zij moeten Israël binnen een week verlaten. Sa’ar schrijft op X dat hij het besluit in overleg met Netanyahu heeft genomen. „Onze boodschap is duidelijk: wie zich tegen Israël keert, krijgt geen voet aan de grond in de regio. Israël zal dat niet toestaan”, aldus de minister.
De meest recente aanleiding is volgens Sa’ar het Nederlandse verbod op de import van goederen uit Israëlische nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Dat verbod gaat op 22 september in. De nederzettingen zijn volgens het internationaal recht illegaal. Geweld van kolonisten tegen Palestijnen komt er geregeld voor. Het Nederlandse kabinet heeft eerder gepleit voor een Europees verbod, maar kreeg daarvoor onvoldoende steun van andere lidstaten.
Minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken betreurt de Israëlische stap. „Wat mij betreft een onnodige actie”, zegt hij. „Ik heb mijn Israëlische collega minister Sa’ar dat ook meteen laten weten. Ik zie deze stap ook in de context van de verkiezingen in Israël.” Volgens Berendsen blijft hulp aan Gaza hard nodig. „Juist ook om samen met Israël en andere landen de gemaakte afspraken over hulpverlening uit het 20-puntenplan van de VS verder te brengen en te implementeren.”
Berendsen zegt het besluit van Israël te respecteren, maar benadrukt dat er niets verandert aan het kabinetsbesluit om producten uit illegale nederzettingen te weren. „En vanzelfsprekend blijf ik graag bereid om daarover in gesprek te gaan met mijn Israëlische collega.”
De uitzetting komt op een moment dat het geweld op de Westelijke Jordaanoever opnieuw onder aandacht is. Drie journalisten van het Franse persbureau AFP werden onlangs belaagd door kolonisten in het dorp Jannatah, vlak bij Bethlehem. Zij deden verslag van Israëlische activisten die Palestijnse inwoners wilden beschermen. Kolonisten gooiden stenen, een journalist raakte lichtgewond en voertuigen werden vernield. De Israëlische politie doet onderzoek naar het incident.
Op de Westelijke Jordaanoever wonen ruim 500.000 Israëlische kolonisten in nederzettingen die volgens het internationaal recht illegaal zijn. Daarnaast wonen er ongeveer drie miljoen Palestijnen. Geweld en intimidatie door kolonisten zijn sinds het begin van de oorlog in Gaza toegenomen. Human Rights Watch meldt dat het Israëlische leger daar steeds vaker bij betrokken is.