Het monumentale stationsgebouw van Vught wordt vandaag in zijn geheel opgetild en 13,6 meter naar het oosten verplaatst. Het gebouw uit 1868, inclusief de historische kelder, weegt 720 ton en moet in zeven uur tijd op zijn nieuwe plek staan. De operatie begint naar verwachting tussen 08.00 en 09.00 uur. Halverwege de middag moet het gebouw van 28 meter lang en 9,5 meter breed op de nieuwe locatie staan. De verhuizing is vanaf 07.50 uur live te volgen bij de NOS, en wie ter plekke wil kijken, kan terecht op een kijklocatie bij het station, geopend van 08.00 tot 16.30 uur.
De verhuizing is nodig omdat het stationsgebouw moet wijken voor een vierde spoor. Vanaf 2030 moeten er meer treinen rijden tussen Meteren en Boxtel. Dat extra spoor komt tussen Den Bosch en Vught verdiept te liggen, precies op de plek waar het stationsgebouw nu staat. Het gebouw laten staan en eromheen bouwen, of het afbreken en opnieuw opbouwen, waren geen opties. Het stationsgebouw is een rijksmonument. Door het gebouw inclusief kelder in zijn geheel te verplaatsen, blijft de monumentale waarde behouden. De verhuizing maakt deel uit van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat sinds 2010 loopt. Het doel is meer treinen op drukke trajecten, op sommige lijnen tot een frequentie van zes treinen per uur. Nu zijn dat er op de meeste trajecten nog twee tot vier per uur.
Technisch verloopt de verplaatsing als volgt. Het gebouw wordt eerst opgetild en op een betonnen constructie gezet die als een soort dienblad dient. Onder die constructie komt een schuifbaan, waarmee het gebouw in slagen van 40 centimeter naar de nieuwe locatie wordt geschoven. Daarvoor zijn 34 slagen nodig, samen exact 13,6 meter. Het gebouw komt uiteindelijk 32 centimeter lager te liggen dan nu. Taco Bresser, directeur van het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de verhuizing, vertelde aan de Brabantse streekomroep DTV Nieuws dat de kans op problemen klein is. Het gebouw is in goede staat en de afstand is relatief kort. Toch wordt het pand tijdens de operatie voortdurend gecontroleerd met meetapparatuur. Wijkt er iets af of zijn de weersomstandigheden ongunstig, dan kan de verhuizing worden uitgesteld.
Het gebouw heeft ook een belangrijke historische betekenis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het station een plek waar duizenden Joden en andere gevangenen werden getransporteerd van en naar Kamp Vught. Stationschef Willem Jooren, die boven het station woonde, hielp gevangenen die via Vught werden gedeporteerd. Hij voorzag hen van eten, tabak en warme kleding en hielp sommigen te ontsnappen. De kelder speelde daarbij een belangrijke rol: Jooren verborg er mensen en hield hen zo uit handen van de Duitsers. Zijn kleindochters Ageeth, Gerdie en Marianne zijn blij dat het stationsgebouw, inclusief de kelder, behouden blijft. Jooren kreeg in 1984 postuum het Verzetsherdenkingskruis.
Op dezelfde dag stond in het nieuws dat in Israël na het tellen van alle stemmen geen van beide politieke blokken een meerderheid in het parlement heeft behaald. Dat heeft de Centrale Verkiezingscommissie bekendgemaakt. Noch de regeringscoalitie van premier Netanyahu, noch het oppositieblok van Gadi Eisenkot haalde minimaal 61 van de 120 zetels in de Knesset. De Likud-partij van Netanyahu werd met 27 zetels de grootste. Zijn coalitie van rechts-conservatieve, uiterst rechtse en religieuze partijen kwam op 53 zetels, acht tekort voor een meerderheid. Bij de verkiezingen in 2022 kwam die coalitie nog op 64 zetels. Eisenkot behaalde met zijn vorig jaar opgerichte partij Yashar 21 zetels en werd daarmee tweede; zijn blok bleef steken op 48 zetels.
2