In de Tweede Kamer tekent zich een meerderheid af die voor de begroting van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zal stemmen. Dat bleek tijdens het begrotingsdebat. Naast de coalitiepartijen kunnen ook de oppositiepartijen JA21, SGP en CU hun goedkeuring geven, al is er volgens de betrokken partijen te weinig geld voor alles wat er moet gebeuren. Samen hebben deze partijen een meerderheid in de Tweede Kamer.
Het geld gaat vooral naar het onderhoud van verouderde bruggen, wegen, sluizen en andere infrastructuur. Daar gaat de komende jaren 18 miljard euro naartoe. Een groot deel van dat bedrag wordt weggehaald bij geplande nieuwbouwprojecten waarvoor al geld was gereserveerd. Die projecten schuiven daardoor op de lange baan. JA21 kan ermee leven dat het geld vooral naar het weer veilig maken van bestaande wegen en bruggen gaat. De SGP betreurt dat bepaalde nieuwbouwprojecten in de ijskast zijn gezet, maar heeft begrip voor de keuze om bestaande infrastructuur nu voorrang te geven. De ChristenUnie vindt dat het nooit meer zo ver mag komen dat er bij zoveel infrastructuur sprake is van achterstallig onderhoud. In de toekomst moet volgens de partij ook meer geld naar het bereikbaar maken van nieuwbouwwijken.
Minister Karremans (VVD) en staatssecretaris Bertram (CDA) kregen complimenten voor hun aanpak en voor de aandacht die zij hebben voor de wensen vanuit de oppositie. Verschillende fracties spraken hun begrip uit voor de financiële keuzes. De ChristenUnie laat de begroting volgens eigen woorden "niet omver kegelen". BBB heeft zich hard gemaakt voor het doorgaan van regionale projecten, zoals de Nedersaksenlijn, en is op zich tevreden, maar wil nog niet hardop zeggen dat de partij voor gaat stemmen. Met BBB erbij zou er ook in de Eerste Kamer een meerderheid zijn.
In het debat proberen partijen nog enkele aanpassingen door te krijgen. Coalitiepartij D66 wil een nieuwe tramlijn op de lijst zetten bij een te bouwen woonwijk bij Utrecht. De VVD pleit ervoor de metro en Randstadrail rond Rotterdam en Den Haag uit te breiden, maar daar is geen geld voor op de begroting. Karremans heeft al gezegd dat partijen zelf meerderheden moeten zoeken voor kleine veranderingen en het dan ook eens moeten worden over de vraag waar het belastinggeld vandaan moet komen. De fracties zullen de komende weken nog pogingen daartoe ondernemen. Pro zegt in het debat te willen meewerken aan een totaaldeal over alle begrotingen van de ministeries, maar wil eerst dat er extra geld voor Infrastructuur komt voordat de partij voor stemt.
Ook kwam het onderwerp rekeningrijden of een kilometerheffing aan bod. D66, VVD en CDA hebben onderling afgesproken dat zij een hervorming van de autobelasting gaan onderzoeken, met als voorwaarde dat automobilisten er niet op achteruit mogen gaan. De VVD sloot in het debat niet uit dat het onderzoek uitkomt op een vorm van kilometerheffing en wil dat niet op voorhand tegenhouden. Volgens de partij moet een eventuele invoering dan gepaard gaan met een volledige herziening van de belastingen rond de auto, zoals de motorrijtuigenbelasting, zodat het betaalbaar blijft voor iedereen die in de auto stapt. Tegelijk benadrukte de VVD op haar website dat zij tegen rekeningrijden is en dat in het coalitieakkoord is afgesproken dat er geen rekeningrijden komt. Gezien de kabinetsperiode is de kans dat er binnenkort iets verandert vrijwel nihil.
Naast de begroting van Infrastructuur en Waterstaat tekent zich ook steun af voor meerdere andere begrotingen. Het gaat om Onderwijs van minister Letschert (D66), Volksgezondheid van minister Hermans (VVD) en Sociale Zaken van minister Vijlbrief (D66). Voor dat laatste ministerie is de toezegging van Pro een doorslaggevende factor, nadat de bezuiniging op de sociale zekerheid is geschrapt. De grootste hobbel voor het minderheidskabinet is volgens de verslaggeving het Belastingplan 2027 van minister van Financiën Heinen (VVD), waarover een groot deel van de fracties nog moeizaam onderhandelt.
4