Studenten in Nederland kampen in toenemende mate met eenzaamheid. Dat blijkt uit signalen uit de samenleving, waar verhuurders, onderwijsinstellingen en studenten zelf proberen iets te doen aan het probleem. De kern van de kwestie: hoe doorbreek je het isolement van jongeren die alleen in een kleine studentenstudio wonen, zonder dat er iemand is die vraagt hoe een tentamen ging of even een praatje maakt met een huisgenoot?
De krappe studentenstudio's zijn populair vanwege de lage kosten, maar dragen bij aan het gevoel van alleen-zijn. Het ontbreken van dagelijkse sociale contacten — een kletspraatje in de gang, een gedeelde keuken — maakt dat studenten zich terugtrekken. De eenzaamheid onder jongeren is volgens betrokkenen «alarmerend» te noemen. Verschillende partijen erkennen het probleem en ondernemen actie, maar de effectiviteit daarvan is onduidelijk.
Verhuurders zeggen oog te hebben voor het welzijn van hun huurders, maar stuiten op praktische grenzen. «We kunnen moeilijk deur voor deur langsgaan,» klinkt het. Onderwijsinstellingen proberen via introductieweken, mentorgroepen en sociale activiteiten studenten met elkaar in contact te brengen. Studenten zelf organiseren borrels, sportavonden en studieclubjes. Toch bereikt dat aanbod lang niet alle eenzame studenten, juist omdat zij zich vaak terugtrekken en niet om hulp vragen.
De vraag is of de huidige inspanningen voldoende zijn. Eenzaamheid onder studenten is een hardnekkig probleem dat niet eenvoudig met een enkel initiatief is op te lossen. Het vraagt om een blijvende inzet van alle betrokken partijen, en om manieren om juist die studenten te bereiken die zich het minst laten zien. Zonder dat blijft de eenzaamheid voortduren, met alle gevolgen van dien voor het welzijn en de studieprestaties van jongeren.