Bij donorconceptie staat de kinderwens van de ouders nog te vaak voorop, terwijl het belang van het kind ondergeschikt blijft. Dat stellen experts in een gesprek met NU.nl. Volgens hen kan een donorkind zeer gewenst zijn en toch later worstelen met identiteit of afstamming.

De experts plaatsen daarmee de vraag wat een kind nodig heeft centraal in het debat over donorconceptie. Hun kritiek richt zich niet op het ouderschap an sich, maar op de volgorde van belangen: de wens om een kind te krijgen weegt volgens hen zwaarder dan de vraag hoe dat kind later de eigen herkomst beleeft. Het gaat hierbij om de vraag of het kind zijn of haar biologische afkomst kan kennen en of die kennis serieus wordt genomen.

Het onderwerp krijgt extra aandacht nu premier Rob Jetten en zijn verloofde Nicolás Keenan bekendmaakten dat zij een kind verwachten via een eiceldonor en een draagmoeder. Het paar meldde dit op 19 oktober via Instagram en noemde het kind een speciaal iemand die in 2027 wordt verwacht. Jetten zou daarmee de eerste naoorlogse premier worden die tijdens zijn ambtstermijn vader wordt. Die aankondiging maakte het debat over donorconceptie en draagmoederschap in de publieke belangstelling opnieuw actueel.

Voor donorkinderen in Nederland geldt sinds 2004 een wettelijk recht dat in de praktijk zwaar weegt. Met de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting is anonieme spermadonatie sindsdien niet meer mogelijk. Donorkinderen hebben het recht vanaf hun zestiende de identiteit van hun donor op te vragen. Eerdere wetgeving liet donoren nog anoniem, waardoor veel kinderen pas later te weten kwamen hoe zij waren verwekt of helemaal niets wisten.

Volgens een onderzoek van ZonMw vonden veel donorkinderen het weten wie de donor is het belangrijkst, ook wanneer zij niet verwachtten dat de donor een grote rol in hun leven zou spelen. Die bevinding sluit aan bij de kritiek van de experts: kennis over de eigen herkomst is voor veel donorkinderen een wezenlijk onderdeel van hun identiteit, los van de vraag of er contact met de donor komt.

Het ZonMw-onderzoek laat ook zien dat geheimhouding door ouders in het verleden vaak op ongelukkige wijze aan het licht kwam, bijvoorbeeld na een ruzie of een scheiding. Een kind dat op die manier ontdekt wat zijn of haar herkomst is, kan dat als een schok ervaren. Volgens het onderzoek kan geheimhouding daarom negatief uitpakken voor het kind, ook als de ouders dat met de beste bedoelingen doen.

De experts pleiten er daarom voor dat ouders en behandelaars het belang van het kind op de voorgrond zetten, al bij de keuze voor donorconceptie. Het gaat dan niet alleen om het medisch proces, maar ook om de vraag hoe het kind later met zijn of haar herkomst om kan gaan en welke begeleiding daarbij nodig is.

5Weergaven

Auteur

Economie

Thomas Bakker — economie, Kernblik.