Een grote groep Nederlanders moet binnenkort het hoogste belastingtarief betalen. Dat blijkt uit een analyse van het nieuwe belastingstelsel. Het gaat onder meer om hoofdagenten, ervaren docenten en gespecialiseerde verpleegkundigen. Zij vallen straks in de hoogste schijf, terwijl hun inkomen daar volgens critici niet bij past.

De kern van het probleem zit in de marginale druk. Wie meer gaat werken, houdt soms maar 10 of 20 cent over van elke extra verdiende euro. Dat komt door de stapeling van belastingen, heffingskortingen en toeslagen. Daardoor loont extra werken voor veel mensen nauwelijks. Politiek Den Haag belooft al jaren dat werken moet lonen, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht.

De zogenoemde vrijheidsbijdrage maakt de situatie nog erger. Deze maatregel, die bedoeld is om het stelsel te vereenvoudigen, pakt voor sommige groepen juist nadelig uit. Mensen die net boven een bepaalde inkomensgrens uitkomen, gaan er netto op achteruit. Daardoor ontstaat een situatie waarin een promotie of extra dienst financieel weinig oplevert.

Volgens berekeningen gaat het niet om een kleine groep. Het gaat om honderdduizenden werknemers in vitale beroepen. Zij zagen hun koopkracht de afgelopen jaren al dalen door inflatie. Nu komt daar een hogere belastingdruk bovenop. Voor veel van hen voelt dat als een oneerlijke uitkomst van een systeem dat juist zou moeten belonen dat ze meer verantwoordelijkheid nemen.

De politiek heeft de afgelopen jaren verschillende malen beloofd het belastingstelsel te hervormen. Het kabinet kondigde aan de lasten voor werkenden te verlagen. Maar de uitwerking pakt anders uit. Doordat allerlei regelingen tegen elkaar wegvallen, blijft het effect voor grote groepen beperkt. Sterker nog: sommigen gaan erop achteruit.

Economen wijzen er al langer op dat de marginale druk in Nederland hoog is. Vergeleken met andere Europese landen houden Nederlandse werknemers relatief weinig over van een extra gewerkt uur. Dat remt de arbeidsparticipatie. Vooral vrouwen en ouderen werken daardoor minder uren dan ze zouden willen. Het kabinet zegt dat het dit probleem wil aanpakken, maar concrete maatregelen laten op zich wachten.

Voor de betrokken beroepsgroepen komt de verandering bovenop een toch al krappe arbeidsmarkt. Politie, onderwijs en zorg kampen met personeelstekorten. Als werken in deze sectoren financieel minder aantrekkelijk wordt, kan dat de tekorten verder vergroten. Werkgevers waarschuwen dat zij moeilijker aan personeel komen als het netto-inkomen daalt.

De discussie over het toptarief raakt ook aan het bredere debat over inkomensongelijkheid. Nederland heeft een van de meest herverdelende belastingstelsels van Europa. Dat betekent dat hoge inkomens relatief veel bijdragen. Maar als de middeninkomens ook het hoogste tarief gaan betalen, komt de balans scheef te liggen. Dan draagt een steeds kleinere groep de lasten, terwijl het draagvlak voor herverdeling afneemt.

Het is nog onduidelijk of er politieke meerderheid is om het stelsel aan te passen. Oppositiepartijen hebben vragen gesteld over de gevolgen voor werkenden in vitale sectoren. Het kabinet heeft nog niet gereageerd op de specifieke gevallen van hoofdagenten, docenten en verpleegkundigen. Duidelijk is dat het huidige systeem voor veel mensen niet uitnodigt om extra uren te maken.

De komende maanden moet blijken of het kabinet met aanvullende maatregelen komt. Tot die tijd geldt voor een grote groep Nederlanders dat meer werken vooral betekent dat ze meer belasting betalen, zonder dat ze er netto veel aan overhouden. Daarmee blijft de belofte dat werken loont voorlopig onvervuld.

2Weergaven

Auteur

Misdaad en buitenland

Ruben Visser — misdaad en buitenland, Kernblik.