Toyota dringt er bij de Europese Unie op aan om het begrip 'Made in Europe' te vervangen door 'Made with Europe'. Het Japanse autoconcern vindt dat auto's die in vertrouwde partnerlanden zoals Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Japan worden gebouwd, ook als Europees moeten gelden. Dat schrijft het bedrijf in een standpunt over de Europese auto-industrie.

Volgens Toyota is het bedrijf geen gast in Europa, maar een Europese fabrikant. Het concern stelt dat het de Europese industrie graag ziet floreren en steunt de Industrial Accelerator Act, waarmee Brussel de eigen maakindustrie wil versterken. Wel vindt Toyota dat de ambities moeten aansluiten bij de vraag van consumenten en de snelheid waarmee de markt verandert.

Met de term 'Made with Europe' wil Toyota duidelijk maken dat niet alleen auto's die volledig binnen de EU worden geproduceerd, als Europees mogen tellen. Door ook productie in landen als Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Japan mee te rekenen, ontstaat volgens het bedrijf een markt van ongeveer 31 miljoen auto's. Dat zou Europa helpen om internationaal beter te concurreren.

Toyota pleit voor een geleidelijke invoering van eisen aan het Europese aandeel van een auto. Na drie jaar zou dat aandeel op 70 procent moeten uitkomen. Daarbij moet niet alleen naar de herkomst van onderdelen worden gekeken, maar ook naar waar engineering, onderzoek, ontwikkeling en eindassemblage plaatsvinden. Het concern heeft fabrieken in onder meer Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Tsjechië, Polen, Portugal en Turkije.

Naast de definitie van Europese productie wil Toyota ook dat de CO2-regels flexibeler worden. Het merk stelt een periode van vijf jaar voor, van 2028 tot 2032, waarin autobouwers aan de CO2-doelstellingen kunnen voldoen. Voor 2035 bepleit het een CO2-reductie van 90 procent. Auto's met een verbrandingsmotor die volledig op hernieuwbare brandstoffen rijden, zouden wat Toyota betreft als uitstootvrij moeten gelden. Waterstofauto's zouden voorlopig buiten de Europese productie-eisen moeten vallen.

Voor lichte bedrijfswagens stelt Toyota voor om de CO2-uitstoot in 2030 met 35 procent te verminderen en in 2035 met 80 procent. Daarbij zou het mogelijk moeten zijn om de resultaten over een periode van vijf jaar te middelen. Dat geeft fabrikanten meer ruimte om schommelingen op te vangen.

Toyota richt zich niet alleen op Brussel. Het bedrijf dringt er bij het Verenigd Koninkrijk op aan om het Zero Emission Vehicle-mandaat beter te laten aansluiten op de Europese regelgeving. Voor 2030 stelt de fabrikant een maximaal aandeel emissievrije auto's van 50 procent voor en 40 procent voor lichte bedrijfswagens. Ook zouden fabrikanten langer de tijd moeten krijgen om aan de doelstellingen te voldoen.

De oproep van Toyota komt op een moment dat de Europese Unie steeds meer protectionistische maatregelen neemt om de eigen industrie te beschermen. De auto-industrie krijgt te maken met nieuwe regelgeving rond uitstoot en productie. Toyota vreest dat die regels het bedrijf negatief raken, omdat veel modellen buiten Europa worden gemaakt. Met zijn voorstellen hoopt het concern de druk op de eigen productie te verlichten en tegelijk de Europese markt open te houden voor auto's uit partnerlanden.

3Weergaven

Auteur

Misdaad en buitenland

Ruben Visser — misdaad en buitenland, Kernblik.