Japanse bedrijven investeren tot 21 miljard dollar in de bouw van twee chipfabrieken in de Verenigde Staten. De fabrieken komen in handen van de Amerikaanse overheid en Japanse investeerders. Het beheer wordt uitbesteed aan GlobalFoundries, een grote producent op de halfgeleidermarkt die geen eigen chips verkoopt maar ze voor andere bedrijven maakt.

De investering is onderdeel van een omvangrijke deal tussen Japan en de regering-Trump. Japan zegde toe de komende jaren in totaal 550 miljard dollar in de Verenigde Staten te investeren. In ruil daarvoor verlaagde president Trump de importheffingen op Japanse goederen. Direct na het sluiten van de overeenkomst ging de heffing voor Japanse auto's van 25 procent naar 15 procent. De VS heeft als voorwaarde gesteld dat Japan de investeringen daadwerkelijk uitvoert.

De bouw van de eerste fabriek moet eind dit jaar beginnen. De chipproductie zou dan in 2029 op gang moeten komen. Eind 2028 wordt besloten of er daadwerkelijk een tweede fabriek wordt gebouwd. Het project past in de bredere wens van de Verenigde Staten om de chipindustrie weer meer naar eigen land te halen. De VS vreest dat de wereldwijde toeleveringsketen in Chinese handen terechtkomt en heeft de afgelopen jaren al een inhaalslag gemaakt, maar vindt die nog niet voldoende.

Voor Japan is de investering op papier geen slechte zaak. De Verenigde Staten zijn voor de meeste Japanse goederen de grootste afnemer, ook in de halfgeleiderindustrie en bij de verkoop van chipmachines. Lagere importheffingen zijn dus gunstig. Daarnaast wil Japan zich meer loskoppelen van China, waaruit het nu goedkope chips importeert. Bovenal wil Japan de banden met de Verenigde Staten warmhouden, mede omdat het land voor zijn nationale veiligheid in grote mate afhankelijk is van de VS. Ook hoopt Japan dat fabrikanten van chipmachines hun machines kunnen verkopen aan de nieuwe fabrieken.

Toch is het de vraag of de eerste fabriek op tijd afkomt en snel kan draaien. In de Verenigde Staten zijn de lonen en kosten voor fabrieken hoog. Bij een vergelijkbaar project van het Taiwanese TSMC, de grootste onafhankelijke fabrikant van halfgeleiderchips, liep de bouw van een fabriek in Arizona flinke vertraging op. De VS willen graag vooruit, maar hebben niet altijd de mankracht en kennis in huis om zulke geavanceerde fabrieken op te starten en draaiende te houden. De afgelopen jaren besteedde het land dit soort taken juist uit aan landen als Zuid-Korea, Taiwan, Japan en Nederland.

Onder Japanse burgers leeft kritiek op de plannen. Zij zien hun geld al naar de Verenigde Staten verdwijnen en hebben moeite met de wispelturigheid van Trump, waardoor het moeilijk is om vaste afspraken te maken. Meer dan een kwart van de Japanners beschouwt de VS als de grootste bedreiging voor de wereldvrede. Ook willen Japanse burgers minder afhankelijk worden van China, maar een groot deel vreest dat de afhankelijkheid zich nu van China naar de Verenigde Staten verplaatst. Zij zien liever dat Japan investeert in de eigen industrie.

Het jaarbudget van Japan bedroeg in 2025 omgerekend ongeveer 770 miljard dollar. Dat maakt dat het land de mega-overeenkomst nooit zelf zou kunnen bekostigen. Daarom spoort de Japanse overheid bedrijven aan om te investeren, met subsidies, steun en begeleiding voor een grotere aanwezigheid op de Amerikaanse markt. De chipfabrieken zijn niet het eerste project in het kader van de recente handelsafspraken. Eerder beloofde Toyota tot tien miljard dollar te investeren in zijn Amerikaanse productiefaciliteiten. De Japanse topman Masayoshi Son van tech-investeringsmaatschappij Softbank deed eind 2024 een toezegging van honderd miljard dollar in vier jaar tijd, gericht op kunstmatige intelligentie en naar verwachting goed voor ongeveer 100.000 banen.

5Weergaven

Auteur

Politiek verslaggever

Sanne de Vries — politiek verslaggever, Kernblik.