De stikstof- en natuurplannen van het kabinet zullen vooral middelgrote landbouwbedrijven raken. Dat blijkt uit een doorrekening van Wageningen Social and Economic Research, die in opdracht van het ministerie van Landbouw is uitgevoerd. Volgens het onderzoek kan op termijn een deel van de veehouders ermee stoppen, terwijl de voedselvoorziening in Nederland naar verwachting overeind blijft.
In de studie wordt een bandbreedte genoemd van 10 tot 30 procent van de veehouders die kunnen stoppen. Het gaat daarbij om een verwachting voor de langere termijn en niet om sluitingen die op korte termijn zullen plaatsvinden. Wanneer en in welk tempo bedrijven zouden stoppen, is op basis van de beschikbare gegevens nog onzeker.
Voor middelgrote bedrijven zijn er volgens het onderzoek drie hoofdrichtingen. Een boer kan proberen meer grond te verwerven, extra inkomsten zoeken naast het bedrijf, of besluiten te stoppen. Welke keuze het vaakst zal worden gemaakt, is uit de bekende onderdelen van de studie niet op te maken.
Het onderzoek zegt ook niet precies welke type bedrijven of welke regio's het hardst worden getroffen. Evenmin zijn de kosten van de maatregelen en de hoogte van eventuele compensatie in de beschikbare informatie opgenomen. Daardoor blijft onduidelijk hoe zwaar de financiële druk per bedrijf uitvalt.
De plannen maken deel uit van het stikstofbeleid van het zogeheten kabinet-Jetten, dat ook de natuurdoelen moet halen. Het beleid raakt daarmee de landbouw direct, omdat de uitstoot van stikstof vooral uit de veehouderij komt. De uitkomsten van de doorrekening laten zien dat de gevolgen voor de agrarische sector substantieel kunnen zijn, zonder dat de voedselzekerheid volgens de onderzoekers in het geding komt.
6