Bij de grootschalige protesten in Frankrijk is het stadhuis van Limoges in brand gestoken. De toren van het gebouw is daarbij ingestort. Volgens Franse media wisten meerdere gemaskerde personen het stadhuis binnen te dringen door een ruit in te slaan. Het gebouw uit 1883 is daarna grotendeels in de as gelegd. Tot laat in de avond woedde er brand. Naast de toren is ook het dak van het stadhuis verwoest.
De regionale bestuurder noemt het gebouw «grotendeels verloren». Burgemeester Guérin van Limoges richtte zich in een verklaring tot de daders: «Jullie zullen worden gearresteerd. Jullie kwamen hier om te doden. Alles staat op beeld.» Eerder op de dag werden in de stad ook politieauto's in brand gestoken en winkels geplunderd. Net als in veel andere Franse steden waren er in Limoges veel mensen op de been en was het onrustig.
Het stadhuis van Limoges staat op de Franse monumentenlijst en heeft veel historische waarde voor de regio Limousin. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende het als toevluchtsoord voor Belgische parlementariërs in ballingschap, nadat België zich had overgegeven aan de nazi's.
Het merendeel van de Franse demonstranten protesteerde vreedzaam, maar in een aantal steden ontaardde het protest in geweld. Dat gebeurde onder meer in Parijs, Marseille, Toulouse, Angers, Lyon en Bordeaux. In Parijs drongen relschoppers het stadhuis binnen. Ook in Belgische en Italiaanse steden was het onrustig.
Volgens minister Nuñez van Binnenlandse Zaken waren 550.000 mensen op de been bij 110 demonstraties door heel Frankrijk. De betrokken actiegroepen houden het op 800.000 deelnemers. Meer dan 1200 mensen zijn opgepakt. 150 agenten raakten gewond.
Premier Lecornu zegt dat zijn regering «zich niet laat intimideren» door het geweld bij de betogingen. In Parijs volgt spoedoverleg over de gebeurtenissen.
2