Servië heeft alsnog de hulp van de Europese Unie ingeroepen bij de bestrijding van een grote natuurbrand in het natuurgebied Deliblatska Pescara, zo’n vijftig kilometer ten oosten van Belgrado. Eerder deze week wees de regering Europese blusvliegtuigen af, omdat Rusland een groter toestel kon leveren. Door de omvang van de brand en de verwachte zeer hoge temperaturen is Belgrado nu toch overstag gegaan.
Het hoofd van de afdeling Noodsituaties van het Servische ministerie van Binnenlandse Zaken verklaarde dat het Burgerbeschermingsmechanisme van de EU is geactiveerd op aandringen van degenen die de brandbestrijding op de grond coördineren. Servië is geen lid van de Europese Unie, maar voert wel toetredingsonderhandelingen en kan daardoor aanspraak maken op Europese steun. Tsjechië, Slowakije en Roemenië sturen in totaal vier blushelikopters. Duitsland en Roemenië leveren daarnaast samen 124 brandweerlieden en 39 bluswagens.
De oorspronkelijke keuze voor Russische hulp zorgde woensdag voor ergernis in Brussel. Een Russische Iljoesjin-76, een groot vrachttoestel dat in één keer 42.000 liter water kan uitstorten, landde op het vliegveld van de zuidelijke stad Nis. Belgrado verdedigde die keuze door te wijzen op de capaciteit van het toestel, waarover de EU niet beschikt. De goede relatie die Servië met Rusland onderhoudt, is echter al langer een bron van spanning met de Europese Commissie.
Een woordvoerder van de EU liet bij tv-zender N1 geen misverstand bestaan over de verwachtingen richting kandidaat-lid Servië. „We herhalen dat de EU op Servië wil kunnen rekenen als een betrouwbare partner. Zoals we al meerdere keren hebben gezegd: relaties met Rusland en het regime van Poetin kunnen geen business as usual zijn op het moment dat Rusland een niet-uitgelokte en onrechtmatige oorlog voert op Europese bodem, tegen Oekraïne.”
Rusland meldt intussen trots dat de Iljoesjin-76 al tien vluchten heeft uitgevoerd. Volgens de Russische ambassade in Belgrado zijn daarbij ongeveer vijftig gebouwen gered en nieuwe brandhaarden gelokaliseerd. Daardoor kon worden voorkomen dat het vuur zich in de richting van bewoond gebied verspreidde, schrijft de ambassade op Facebook.
Ook binnen Servië is er kritiek op de aanpak van de regering. De oppositie spreekt van incompetentie, veroorzaakt door jaren van vriendjespolitiek en mismanagement. De brand brak al op 21 juli uit, maar werd volgens de brandweer pas op 5 augustus onbeheersbaar. In het politiek sterk gepolariseerde Servië, waar president Aleksandar Vucic de macht stevig in handen heeft, is die claim lastig te verifiëren.
Experts wijzen erop dat de brand in het kwetsbare zandgebied niet zo uit de hand had hoeven lopen. Hoogleraar scheikunde Branimir Jovancicevic zei tegen N1 dat in dat deel van Servië het grootste neerslagtekort van het land heerst en dat de Donau laag staat. „De droogte is veel erger dan elders in het land. Met zulke watertekorten was die brand te voorzien.” Hij waarschuwt ook voor het gebrek aan voorlichting over de gevolgen van de enorme rookontwikkeling en luchtvervuiling, die in de wijde omtrek voor overlast zorgt.
President Vucic is intussen op informele campagne door het land. Hij heeft vervroegde parlementsverkiezingen aangekondigd, die op 18 of 25 oktober worden gehouden. Bij een overwinning van zijn partij wil hij premier worden om zo de macht te behouden, aangezien zijn laatste termijn als president begin volgend jaar afloopt. De aanhoudende branden komen hem slecht uit; hij richt zijn aandacht liever op successen en beloftes in dorpen door het hele land.
Afgelopen zondag liet Vucic nog weten dat buitenlandse blushulp niet nodig was. Vier dagen later landde de Russische Iljoesjin in Nis. Vanavond of morgen brengt hij toch een bezoek aan Deliblatska Pescara. „De situatie is moeilijk, maar onder controle. Ik ga daarheen om met onze brandweermensen te praten, om te kijken welke problemen er zijn.”