Giorgia Meloni is vandaag 1413 dagen premier van Italië. Daarmee is zij de langstzittende Italiaanse regeringsleider sinds de Tweede Wereldoorlog. Op 22 oktober 2022 werd Meloni beëdigd door president Mattarella als eerste vrouwelijke premier van het land.
Meloni leidt het meest rechtse kabinet dat Italië sinds de Tweede Wereldoorlog heeft gekend. Haar partij Fratelli d'Italia, met wortels in het neofascisme, werd bij de verkiezingen met ruim 26 procent van de stemmen de grootste partij van de coalitie. De andere twee regeringspartijen, Forza Italia en de Lega, haalden samen net geen twintig procent van de stemmen.
In de verkiezingscampagne was Meloni fel tegen Brussel en pleitte zij voor strenge bewaking van de Italiaanse soevereiniteit. Ze zei voor de 'natuurlijke familie' te zijn en verzette zich tegen wat zij de LHBTI-lobby noemde en tegen abortus. Eenmaal premier koos ze tegenover de Europese Unie echter een gematigder koers. Italië ontving een groot bedrag uit het Europese coronafonds en Meloni koos ervoor Brussel te vriend te houden.
De scepsis in Europese kringen over haar regering ebde weg. Meloni werd een graag geziene gast in Brussel, steunde loyaal de Europese inspanningen voor Oekraïne en kon goed overweg met Commissievoorzitter Ursula von der Leyen. Die beschouwt Meloni als een belangrijke en betrouwbare partner, ook al stemde de partij van Meloni in 2024 tegen de herverkiezing van Von der Leyen.
Met de Amerikaanse president Trump onderhield Meloni lange tijd een goede band. Ze was de enige Europese regeringsleider die werd uitgenodigd bij de inauguratie van Trump in januari 2025. De relatie bekoelde toen Italië weigerde Amerikaanse vliegbases op Sicilië te laten gebruiken voor een aanval op Iran. Toen Trump bovendien de paus schoffeerde, die de aanval op Iran had bekritiseerd, daalde de temperatuur tussen Rome en Washington verder.
Buiten Italië profileert Meloni zich als een rechts-conservatieve leider die redelijk in de pas loopt met andere Europese regeringsleiders. Binnen Italië toont zij zich meer rechts, vooral op het gebied van burgerrechten. Zo bemoeilijkt haar regering de inschrijving van de niet-biologische ouder bij homoseksuele ouders in de burgerlijke stand. Draagmoederschap, ook als dat in het buitenland plaatsvindt waar het is toegestaan, wordt onmogelijk gemaakt.
De toegang tot abortus wordt verder bemoeilijkt. In Italië was het ondergaan van een abortus altijd al ingewikkeld. Nu worden anti-abortusactivisten toegelaten tot abortusklinieken om vrouwen op andere gedachten te brengen. Daarnaast hamert de regering onophoudelijk op immigratie. NGO's die met schepen op de Middellandse Zee migranten redden, krijgen het steeds moeilijker. Ze mogen nog maar één schip per keer redden en moeten varen naar door Italië aangewezen havens, die vaak ver weg liggen.
De regering opende ook terugkeerhubs in Albanië om kansloze asielzoekers sneller uit te zetten. Die hubs bleken een dure flop; de rechter floot de regering meerdere malen terug omdat de juridische basis ontbrak. De economische resultaten zijn wisselend. De werkloosheid is gedaald, maar de economische groei is zwak en de staatsschuld groeit. De begrotingsdiscipline is groot, wat geloofwaardigheid oplevert in Brussel en bij financiële markten.
Ondanks magere economische resultaten blijft Meloni populair: ruim 38 procent van de Italianen is positief over haar. Haar regering lijkt stabiel, maar binnenkamers vallen geregeld harde woorden. Vooral vicepremier en Lega-leider Matteo Salvini maakt het haar moeilijk met controversiële uitspraken die soms haaks op het regeringsbeleid staan. Meloni weet met haar pragmatische stijl de gemoederen binnenboord te houden. De drie coalitiepartijen weten bovendien dat ze op elkaar zijn aangewezen. Het motto is dat ruzie mogelijk is, maar dat het in niemands voordeel is om de regering te laten vallen. Daarom lijkt het erop dat Meloni als eerste Italiaanse premier ooit de hele rit uitzit en volgend jaar mogelijk een nieuwe termijn krijgt.