IJsland houdt vandaag een referendum over de vraag of de gesprekken over toetreding tot de Europese Unie moeten worden hervat. In de peilingen voorafgaand aan de stemming lopen het ja- en nee-kamp vrijwel gelijk op. De uitslag wordt later vandaag verwacht, nadat de stembureaus om 22.00 uur lokale tijd sluiten.
Het referendum is een belangrijk moment voor het eiland, dat al lid is van de Schengenzone, de Europese Economische Ruimte en de NAVO, maar geen deel uitmaakt van de EU. De aanleiding voor de huidige stemming is de wens van de regering om de onderhandelingen te heropenen vanwege de toenemende geopolitieke onrust. Eerder diende IJsland in 2009 een verzoek tot lidmaatschap in, na de zware economische crisis die het land trof. Die gesprekken werden echter in 2013 stopgezet door een eurosceptische regering.
Het ja-kamp wordt aangevoerd door premier Kristrún Frostadóttir. Ook minister van Buitenlandse Zaken Thorgerdur Gunnarsdottir steunt nieuwe onderhandelingen. Zij waarschuwt dat de internationale orde die decennialang de veiligheid en welvaart van kleine landen heeft gewaarborgd, onder druk staat. „In tijden als deze moeten kleine landen goed nadenken over hun standpunt en wie hen steunt”, zei ze tegen persbureau Reuters. Voorstanders wijzen daarnaast op economische voordelen: zij stellen dat EU-lidmaatschap kan leiden tot een lagere inflatie en rentetarieven. De rente van de IJslandse centrale bank ligt momenteel op 8 procent, terwijl de Europese Centrale Bank een rente van 2,25 procent hanteert.
Het nee-kamp, aangevoerd door oppositieleider Gudrun Hafsteinsdottir, betoogt dat deze economische argumenten overdreven zijn. Tegenstanders vrezen vooral voor verlies van soevereiniteit. Zij willen zelf de regie houden over de wetten die in IJsland gelden en maken zich grote zorgen over de visserijsector. Volgens hen zou toetreding tot de EU betekenen dat andere landen ook in de IJslandse wateren mogen vissen, wat problemen zou opleveren voor de lokale visserij.
Voorstanders noemen die vrees ongegrond. Zij wijzen erop dat de visquota zijn gebaseerd op historische vispatronen en dat geen enkel ander land al decennialang in de IJslandse wateren vist. Daardoor zou IJsland zelf de controle houden. Hafsteinsdottir laat zich echter niet overtuigen. „Ik weet dat de Europese Unie met een aantal beloftes van flexibiliteit zal komen, vooral in het begin, maar we weten dat dit niet voor altijd zal zijn”, aldus de oppositieleider.
Een meerderheid voor ja betekent overigens niet dat IJsland direct toetreedt tot de EU. Het referendum gaat alleen over de vraag of de onderhandelingen worden hervat. Volgens een memo van het ministerie van Buitenlandse Zaken zouden die gesprekken eind dit jaar kunnen beginnen en vervolgens achttien tot 24 maanden duren. Pas daarna zou een definitief besluit over lidmaatschap aan de IJslandse bevolking worden voorgelegd.