Fiji verplaatst honderden dorpen naar hoger gelegen gebieden omdat de stijgende zeespiegel het leven aan de kust onmogelijk maakt. De eilandstaat is daarmee een van de eerste landen ter wereld met een systematisch, nationaal plan voor de verhuizing van kwetsbare gemeenschappen. In Fiji alleen al lopen ongeveer 700 gemeenschappen extreem gevaar door klimaatverandering.

Het dorp Vunidogoloa op het eiland Vanua Levu was in 2014 het eerste dorp dat met hulp van de regering werd verplaatst. De 66-jarige Sailosi Ramatu was destijds dorpshoofd. Tien jaar lang sprak de gemeenschap met elkaar en met politici over de verhuizing. «We wilden ons dorp niet verlaten, maar we moesten wel», zegt hij. Het dorp lag aan de kust en leefde van de visserij. Door het stijgende zeepeil kwamen overstromingen steeds vaker voor. Twee zeemuren werden gebouwd, maar verdwenen een voor een onder water of werden door bodemerosie verwoest. De bewoners verplaatsten hun huizen steeds iets verder van de kust. «Ik ben drie keer verhuisd in het dorp, maar het was niet genoeg. Het water kwam regelmatig tot onze knieën», aldus Ramatu. Alleen een stukje muur van zijn oude huis steekt nog boven het zand uit.

Bij Suva, de hoofdstad van Fiji, is de zeespiegel tussen 1993 en 2024 met 29 centimeter gestegen. De verwachting is dat de stijging doorzet en dat de kans op overstromingen verder toeneemt. De temperatuur stijgt in de Stille Oceaan gemiddeld harder dan in de rest van de wereld. Laaggelegen landen zoals Fiji, Tuvalu en Kiribati zijn het kwetsbaarst voor de gevolgen van klimaatverandering.

De verhuizing van de 150 inwoners van Vunidogoloa vond twaalf jaar geleden plaats, maar het nieuwe dorp is nog steeds niet helemaal goed ingericht. De regering liet huizen bouwen, maar voorzag die niet van een keuken of wasruimte. Bovendien ligt het nieuwe dorp op een helling, waardoor het alsnog overstroomt bij veel regen. «Het afwateringssysteem op de nieuwe locatie wordt niet onderhouden, waardoor we alsnog met overstromingen en erosie te maken hebben», zegt Ramatu. Hij lobbyt nog regelmatig bij de regering voor meer steun.

De verhuizing betekent meer dan materieel verlies. De spirituele en culturele band met het land is verbroken, die belangrijk is voor de inheemse iTaukei-bevolking van Fiji. Ramatu krijgt tranen in de ogen als hij denkt aan zijn ouders, die in het oude dorp begraven liggen. «Ze hebben zo hard gewerkt om me een goed leven te geven. Ik vind het nog steeds moeilijk dat ik mijn thuis heb moeten verlaten.»

Maandag begint een klimaatbijeenkomst op Fiji en Tuvalu. De eilandstaten in de Stille Oceaan vragen daar aandacht voor hun precaire situatie. De bijeenkomst is een troostprijs voor de regio, nadat Australië zich samen met de Pacifische eilanden moest terugtrekken als gastland van COP31, de belangrijkste klimaattop van het jaar. Na jarenlang politiek gesteggel bleef Turkije als enige kandidaat over. Turkije organiseert de top in november in Antalya.

In september namen de Verenigde Naties een historische motie aan waarin is vastgelegd dat eilandstaten hun soevereiniteit, grenzen en nationaliteit behouden, zelfs als hun grondgebied volledig door de stijgende zeespiegel wordt opgeslokt. Toch probeert Ramatu zijn verwachtingen van de aanstaande klimaatbijeenkomsten te temperen. «Hoeveel COPs hebben we al gehad? De temperatuur en de zee stijgen nog steeds», zegt hij. Hij heeft een verzoek aan de wereld: «Laten we samenwerken om de gevolgen van klimaatverandering aan te pakken. Dit grote gevecht gaat iedereen aan. Wij ervaren misschien de zwaarste gevolgen, maar de impact wordt overal gevoeld. Niemand kan het alleen, we hebben elkaar nodig.»

2Weergaven

Auteur

Samenleving

Lotte Jansen — samenleving, Kernblik.