De Arabische partijen in Israël kunnen na de parlementsverkiezingen van volgende week een doorslaggevende rol spelen bij de vorming van een regering zonder premier Benjamin Netanyahu. Dat vereist wel dat Joodse oppositieleiders bereid zijn met hen samen te werken. Die samenwerking ligt sinds de terreuraanval van Hamas op 7 oktober 2023 extra gevoelig binnen de Joodse gemeenschap.
De Verenigde Arabische Lijst van partijleider Mansour Abbas zet er desondanks op in. Op een parkeerplaats in het bedoeïenenstadje Lakiya in het zuiden van Israël verzamelden zich deze week ongeveer dertig inwoners voor een campagnebijeenkomst. Abbas arriveerde tien minuten later dan gepland en sprak zonder microfoon. «Jullie stem op de Verenigde Arabische Lijst kan het verschil maken», zei hij. «Jullie stem kan deze racistische regering ten val brengen.»
De Palestijnse inwoners van Israël noemen andere problemen dan hun Joodse landgenoten. Inwoner Ismail Abli spreekt van woningsloop en geweld. «We hebben enorm geleden onder deze racistische regering», zegt hij. Ayoub al-Baz wijst op de toegenomen criminaliteit binnen de Arabische gemeenschap. «Deze regering heeft gefaald om dit aan te pakken.»
De Knesset telt 120 zetels; een meerderheidscoalitie heeft minimaal 61 zetels nodig. Uit recente peilingen blijkt dat noch de coalitie van Netanyahu noch het oppositieblok die meerderheid haalt. De zetels van de Verenigde Arabische Lijst kunnen dat beeld veranderen. De andere Arabische partijen, verenigd in de Gezamenlijke Lijst, willen zelf niet toetreden tot een regering, maar sluiten niet uit die van buitenaf te steunen door bij bepaalde wetsvoorstellen mee te stemmen.
Volgens Arik Rudnitzky van denktank Israel Democracy Institute houden Joodse oppositieleiders rekening met de gespannen situatie in de Joodse gemeenschap na 7 oktober. «Een meerderheid van de bevolking leeft nog steeds met dat trauma.» Toch denkt hij dat het uitsluiten van Arabische partijen vooral campagne-retoriek is. Hij wijst op 2021, toen Abbas met zijn partij toetrad tot de coalitie van Naftali Bennett en Yair Lapid. Ook toen bestond er veel weerstand, maar kwam die coalitie er toch.
De opkomst onder Palestijnse Israëliërs wordt volgens Rudnitzky cruciaal. Bij eerdere verkiezingen schommelde die rond de 50 procent, tegenover 70 procent landelijk. «Als de Verenigde Arabische Lijst bijvoorbeeld 7 of 8 zetels haalt, dan is het lastig voor te stellen hoe Joodse partijen de optie uitsluiten om hen als potentiële coalitiepartner te beschouwen.» Abbas verwacht dit keer meer enthousiasme. «We zien een sterkere wil onder inwoners om te gaan stemmen.»
In Lakiya klinkt die overtuiging door. «Het discriminerende beleid van deze regering heeft maatschappelijk bewustzijn gecreëerd», zegt Abli. «Mensen beseffen nu dat als ze politiek onverschillig blijven, Israël uiteindelijk regeringen kan krijgen die nog extremer zijn dan deze.» Al-Baz verwijst naar de extreemrechtse ministers Ben-Gvir en Smotrich. «We zijn gemotiveerder om te stemmen en hen uit hun functie te verwijderen.»
2