Gemeenten die door het ministerie van Asiel en Migratie onder verscherpt toezicht zijn geplaatst omdat ze te weinig asielzoekers opvangen, voelen zich miskend. Uit een rondgang langs de 42 gemeenten op de lijst blijkt dat zij vinden dat er te weinig rekening wordt gehouden met hun inspanningen. Het ministerie zet de gemeenten op de lijst omdat ze volgens de spreidingswet onvoldoende doen. Iedere maand komen er gemeenten bij, een manier om openlijk druk te zetten.
Veel gemeenten noemen de plaatsing op de lijst te kort door de bocht, frustrerend en weinig motiverend. Burgemeester Chantal Nijkerken-de Haan van Vught zegt dat haar gemeente niet als weigergemeente gezien wil worden. Vught vangt 608 Oekraïners op, veel meer dan de 232 die nodig zouden zijn, maar die opvang telt niet mee voor de spreidingswet. «De minister bekijkt het alleen langs de asielwet», zegt Nijkerken-de Haan. «Onze oproep is: kijk er nou eens integraal naar.»
De spreidingswet verplicht alle gemeenten bij te dragen aan de opvang van asielzoekers. Gemeenten die achterblijven, krijgen te maken met verscherpt toezicht. Volgens de betrokken gemeenten is er echter vaak geen sprake van onwil. Eersel zegt dat een voorgestelde opvanglocatie door de provincie werd afgewezen en een tweede voorstel om politieke redenen sneuvelde. Achtkarspelen schrijft dat de term weigergemeente de indruk wekt dat de gemeente haar verantwoordelijkheid niet wil nemen, terwijl ze juist constructief wil bijdragen.
Zorgvuldigheid en complexiteit worden vaak genoemd als verklaring voor de achterstand. Culemborg wil al twee jaar opvang voor 200 vluchtelingen realiseren, maar benadrukt dat dit een secuur proces is dat tijd kost. Gemeenten vrezen dat te snelle besluiten leiden tot protesten, zoals recent in Engelen en Loosdrecht. Zoeterwoude stelt dat de achterstand niet uit onwil voortkomt en dat de gemeente inzet op een menswaardige oplossing. Andere gemeenten wijzen op het ontbreken van geschikte locaties en het belang van draagvlak onder omwonenden.
Minister Van den Brink (CDA) zegt te begrijpen dat Den Haag veel van gemeenten vraagt. Hij noemt de asielopvang een van de grote maatschappelijke opgaven. De plaatsing op de lijst is volgens hem geen kwalificatie van hoe een gemeente het aanpakt, maar een feitelijke vaststelling. Als het niet lukt met het COA, biedt het ministerie hulp aan. Ook financiering zou geen issue meer mogen zijn, omdat er stabiele financiering is voor het COA.
De 42 gemeenten moeten met een plan komen voor de opvang van asielzoekers. De minister heeft aangekondigd dat dit najaar een volgende stap volgt als gemeenten niet aan hun wettelijke taak voldoen. Uiteindelijk kan hij hun bevoegdheid overnemen en zelf bepalen waar asielzoekers worden opgevangen. Vught is al op het ministerie geweest. Burgemeester Nijkerken-de Haan hoopt dat de minister integraal kijkt naar wat elke gemeente al doet. «De spankracht is op enig moment wel bereikt», zegt ze.
4