Frankrijk heeft tijdens de Amerikaanse aanval op Venezuela op 3 januari gewaarschuwd voor militaire vliegtuigen die niet zichtbaar waren voor de burgerluchtverkeersleiding in het Caribisch gebied. Dat blijkt uit documenten die het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft vrijgegeven na een beroep op de Wet open overheid (Woo). De waarschuwing had betrekking op de vluchtinformatiegebieden van Curaçao, San Juan en Piarco.

Doordat de militaire toestellen niet op de radar verschenen, konden verkeersleiders andere vliegtuigen niet altijd informeren over hun aanwezigheid. Zonder informatie over de positie van die toestellen konden zij ook niet zorgen voor voldoende onderlinge afstand. Piloten van passagiersvliegtuigen liepen daardoor het risico onverwacht een militair toestel tegen te komen en moesten dan mogelijk zelf ingrijpen om een botsing te voorkomen. Piloten kregen het advies binnen de operationele mogelijkheden extra brandstof mee te nemen om zo nodig te kunnen uitwijken.

Het gevaar van onzichtbare militaire vliegtuigen bleek eerder al uit een bijna-botsing boven Curaçao tussen een passagiersvliegtuig en een Amerikaans militair tankvliegtuig, waarover de NOS in december berichtte. Het militaire toestel was niet te zien op de radar. Naar aanleiding van dat incident en andere voorvallen kwam het tot spoedoverleg tussen luchtvaartmaatschappijen, de Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA, de Curaçaose luchtverkeersleiding en internationale luchtvaartorganisaties.

KLM verscherpte daarop zijn veiligheidsmaatregelen voor vluchten door het Curaçaose luchtruim. Vliegtuigen moesten voortaan tijdens de hele vlucht door dat gebied extra verlichting voeren. Op 18 december meldden de regeringen van Curaçao en Aruba dat met de Verenigde Staten afspraken waren gemaakt over het inschakelen van transponders door Amerikaanse militaire vliegtuigen.

Ruim twee weken later volgden de Amerikaanse aanvallen op Venezuela, waarbij president Maduro en zijn echtgenote werden gevangengenomen en naar de Verenigde Staten overgebracht. De FAA vaardigde op 3 januari een vliegverbod uit voor Amerikaanse burgerluchtvaartoperators in de Curaçao Flight Information Region (FIR). Dat gold op alle vlieghoogtes vanwege veiligheidsrisico's door militaire activiteiten. Amerikaanse militaire en staatsluchtvaartuigen waren van het verbod uitgezonderd.

De Curaçao FIR omvat een groot deel van het zuidelijke Caribisch gebied en grenst aan het Venezolaanse vluchtinformatiegebied Maiquetía. De luchtverkeersdienstverlening wordt verzorgd door de Curaçaose luchtverkeersleiding. Het Amerikaanse verbod gold voor Amerikaanse luchtvaartoperators en betekende niet dat het luchtruim voor alle vliegtuigen was gesloten. Andere maatschappijen moesten zelf beoordelen of zij hun vluchten veilig konden uitvoeren.

KLM annuleerde op 3 januari vluchten naar de ABC-eilanden, Sint Maarten en verschillende andere Caribische bestemmingen. Ook TUI en Corendon schrapten vluchten. Volgens Buitenlandse Zaken werden ongeveer 2600 KLM-passagiers door de annuleringen getroffen. De Curaçaose regering liet destijds weten dat het luchtruim niet volledig gesloten was, maar dat sprake was van verhoogde paraatheid. Luchtvaartmaatschappijen moesten zelf beoordelen of zij konden vliegen. Op 4 januari werden de Amerikaanse beperkingen opgeheven en hervatten maatschappijen hun vluchten naar de eilanden.

De Nederlandse overheid hield op 3 januari crisisoverleg over de Amerikaanse aanvallen en de gevolgen voor de regio. Daar waren onder meer de ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie, Binnenlandse Zaken, Infrastructuur en Waterstaat en Justitie en Veiligheid bij betrokken. Ook vertegenwoordigers van KLM, TUI fly en Corendon ontvingen informatie over de veiligheidssituatie. Op 4 januari werd aangekondigd dat een stuurgroep Caribisch gebied onder voorzitterschap van Binnenlandse Zaken bijeen zou komen. Defensie en Buitenlandse Zaken zouden daar informatie delen.

Uit de vrijgegeven stukken blijkt niet wanneer de Curaçaose luchtvaartautoriteiten over de internationale veiligheidswaarschuwingen werden geïnformeerd of welke afspraken met de Verenigde Staten waren gemaakt over militaire vliegbewegingen tijdens de aanval. Ook wordt niet duidelijk of de afspraken die Curaçao en Aruba in december met de Verenigde Staten bekendmaakten over het gebruik van transponders tijdens de operatie nog van kracht waren en werden nageleefd.

Op 6 januari kwam het Nederlandse crisisoverleg opnieuw bijeen. Het overleg besloot de crisisaanpak terug te brengen naar de precrisisfase. Een volgend overleg werd gepland voor 13 januari, tenzij de situatie aanleiding gaf eerder bijeen te komen. De scenarioanalyses waarop de besluitvorming mede was gebaseerd, zijn grotendeels weggelakt.

3Weergaven

Auteur

Politiek verslaggever

Sanne de Vries — politiek verslaggever, Kernblik.