De plannen voor bijna gratis kinderopvang in 2029 gaan door. Dat heeft het kabinet na Prinsjesdag bevestigd. Voor veel ondernemers in de kinderopvang is dat een opluchting, omdat zij vreesden dat de invoering voor de derde keer zou worden uitgesteld. Toch is niet iedereen tevreden. Vooral commerciële opvangbedrijven die winst willen maken, blijven kritisch op de uitwerking van het beleid.
«Het is heel fijn dat het kabinet hieraan vasthoudt. Het is een belangrijke stap om kinderopvang toegankelijk te maken voor iedereen», zegt Karen Strengers van de Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK), die organisaties zonder winstoogmerk vertegenwoordigt. Zij wijst erop dat de sector de afgelopen vijf jaar al ongeveer 22.000 extra medewerkers heeft aangetrokken, een prestatie die volgens haar extra knap is gezien de krappe arbeidsmarkt. De BMK ziet de plannen dan ook als een noodzakelijke stap, al zal er nog een schepje bovenop moeten.
De commerciële brancheorganisatie Kinderopvang is minder enthousiast. «We waarschuwen al langer voor de uitwerking. We willen graag meedenken, maar het moet wel reëel zijn», zegt Ilse Vanhijfte. «We zien onze expertise niet terugkomen in beleid.» Zij wijst op de oplopende personeelstekorten als de opvang goedkoper wordt. Als meer mensen in de kinderopvang gaan werken, kunnen de tekorten in de toch al krappe zorgsector verder oplopen. De twee sectoren vissen «deels in dezelfde vijver», aldus econoom Ed Buitenhek.
Buitenhek is ronduit kritisch. «De enige winnaars van dit plan zijn ouders die veel verdienen, want voor hen wordt het aanzienlijk goedkoper.» Hij stelt dat er nu al niet genoeg geschikte locaties zijn. «Bijna gratis klinkt geweldig, maar het is een onzinnig plan.» Het plan kost de schatkist ongeveer 3 miljard euro extra per jaar. Critici benadrukken dat dit zich niet terugbetaalt in meer gewerkte uren door ouders. Het Centraal Planbureau becijferde dat de arbeidsparticipatie slechts met 0,2 procent stijgt.
De dure crèche wordt gezien als een belangrijke oorzaak dat Nederland steeds slechter scoort op de wereldwijde ranglijst voor gendergelijkheid. Fulltime, betaalbare opvang is cruciaal in regio's die goed scoren op vrouwenemancipatie. In bijvoorbeeld Berlijn en de Scandinavische landen kost opvang ongeveer 200 euro per maand voor twee kinderen. In Nederland zijn ouders met modale inkomens er nu ongeveer 1200 euro netto aan kwijt. Voor wie meer verdient, kan daar nog eens 1000 euro bij komen.
De opvangbranche zal de komende vijf jaar nog 24.000 medewerkers moeten vinden om voor alle nieuwe kinderen te zorgen. Dat is een forse opgave, zeker omdat de toekomstige personeelstekorten steeds lager worden ingeschat. Volgens een analyse van Ipsos en SEO economisch onderzoek komt dat mogelijk doordat de plannen voor gratis opvang al twee keer werden uitgesteld. Het lukt nu al niet om genoeg lokalen te vinden, wat volgens Strengers grotendeels komt door het «zwabberende beleid» van de overheid. «Als de plannen niet steeds weer worden uitgesteld, weten ondernemers waar ze aan toe zijn. Dan durven ze te investeren op de lange termijn, in meer personeel en geschikte lokalen.»
Econoom Janneke Plantenga, emeritus hoogleraar, is kritisch op de veronderstelling dat de plannen niet tot meer gewerkte uren leiden. «Het klopt dat het veel kost op de korte termijn», zegt zij. «Maar je moet een langer perspectief aanhouden. Je ziet het in andere landen die betaalbare opvang hebben ingevoerd: dat gaat samen met hogere arbeidsparticipatie van vrouwen.»
De vraag is wel hoe de opvang daadwerkelijk toegankelijk blijft voor iedereen. Ook in het nieuwe stelsel mag de crèche een eigen bijdrage vragen. De vrees is dat die omhooggaat, omdat hogere inkomens dat extra bedrag wel kunnen betalen en mensen met lagere inkomens niet. De kinderopvangtoeslag vervalt, waardoor zij mogelijk duurder uit zijn. Het kabinet wil dat voorkomen door de sector te bestempelen als een zogenoemde dienst van algemeen belang, zodat de overheid eisen kan stellen aan de prijs. «De vraag is of zo'n constructie genoeg is om dat te adresseren», zegt Plantenga. «Je moet er vooral voor zorgen dat opvang betaalbaar wordt, ook voor mensen met lagere inkomens.»