Bijna driekwart van de instellingen van de Europese Unie laat zijn e-mailverkeer via servers van Amerikaanse bedrijven verlopen. Dat blijkt uit onderzoek naar de DNS-gegevens van zeventig EU-instellingen. De Europese Commissie, het Europees Defensie-agentschap, diverse financiële toezichthouders en de toezichthouder tegen terrorisme en witwassen maken gebruik van mailservers van Microsoft. De Europese Centrale Bank heeft zijn e-mail ondergebracht bij een andere Amerikaanse dienstverlener.
De keuze voor Amerikaanse servers betekent dat Amerikaanse inlichtingendiensten in theorie toegang kunnen krijgen tot de e-mails. Ook kan de Amerikaanse overheid de dienstverlening verstoren. De Europese Commissie wilde desgevraagd niet zeggen waar de e-mail fysiek is opgeslagen. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zei eerder dit jaar dat Europa niet afhankelijk kan zijn van anderen voor technologie die ziekenhuizen laat draaien, het energienet laat werken en de dienstverlening veilig houdt.
Europarlementariër Bart Groothuis (VVD) noemt het zorgelijk dat juist de mail van de Europese Commissie via Amerikaanse bedrijven loopt. «Dit is een dienst die het altijd moet doen en er komt geregeld gevoelige informatie langs, dus de controle moet je in Europese handen houden», zegt hij. Zijn collega Kim van Sparrentak (GroenLinks-PvdA) vindt dat de EU te weinig urgentie voelt. «Blijkbaar voelen we de urgentie niet genoeg. Ik zou denken dat er inmiddels wel genoeg aanleiding is om over te stappen.»
Het Europees Parlement, Europol en het Hof van Justitie van de EU gebruiken geen Amerikaanse mailservers. De afgelopen tien jaar stapten overheden en bedrijven massaal over op Microsoft voor het opslaan van e-mail. Privacyorganisaties uitten toen al kritiek. Tijdens de tweede termijn van president Trump wordt volgens betrokkenen duidelijk hoe kwetsbaar Europese instellingen zijn door die afhankelijkheid. De Verenigde Staten dreigen het Internationaal Strafhof in Den Haag op de sanctielijst te zetten, net als eerder een Italiaanse internetprovider die mailboxen aan activisten aanbood. Amerikaanse bedrijven mogen niet samenwerken met personen of organisaties op de sanctielijst. «De Amerikaanse regering kan elk moment de stekker eruit trekken», waarschuwt Van Sparrentak.
Een woordvoerder van Microsoft zegt dat het bedrijf altijd bezwaar zal maken tegen zulke sancties. «Daartoe heeft Microsoft zich via bindende contractuele voorwaarden verplicht.» Een andere zorg is dat de Amerikaanse wet Microsoft en andere internetbedrijven verplicht om in bepaalde gevallen informatie te overhandigen die buiten de Verenigde Staten is opgeslagen. Van Sparrentak wijst erop dat de EU zelf ook big tech beboet, zoals een boete van 900 miljoen euro voor Google dit jaar. «Dat is allemaal in te zien door de Amerikanen.»
Groothuis pleit niet voor een totaalverbod op Amerikaanse technologie. «Soms kun je er gewoon niet omheen en het is goede technologie. Maar je moet je niet technologisch afhankelijk maken van één land.» Ook VN-instellingen gebruiken nog veel Amerikaanse clouddiensten. Het Internationaal Strafhof stapte vorige maand over van Office 365 naar een Europees alternatief, maar organisaties als UNRWA en de toezichthouders op nucleaire en chemische wapens blijven Amerikaanse mail gebruiken. Volgens Groothuis is het probleem breder: «Intussen gooit iedereen in het Europees Parlement en bij Europese instellingen de hele dag alles in ChatGPT. Je soevereiniteit gaat dan alsnog het raam uit.» Hij wil dat er drie of vier Europese spelers komen die de concurrentie aankunnen. Van Sparrentak benadrukt dat de overheid Europees moet inkopen: «Nu schuiven we miljarden naar Amerikaanse bedrijven. Dat hadden we beter in Europa kunnen investeren.» Microsoft laat weten achter meer Europese digitale soevereiniteit te staan, mits dat gebeurt op basis van openheid, samenwerking, eerlijke concurrentie en keuzevrijheid.
5