De Stichting Rookpreventie Jeugd gaat aangifte doen tegen tabaksproducent Philip Morris wegens misleiding en verboden reclame. Volgens de stichting suggereert het bedrijf in zijn reclame-uitingen dat zijn elektronische sigaret minder slecht is dan gewoon roken, en wordt de consument daardoor misleid. De aangifte wordt half november ingediend bij het Openbaar Ministerie (OM).
De stichting richt zich op het IQOS-systeem van Philip Morris, waarbij tabak niet wordt verbrand maar verhit. Volgens het bedrijf komen door de lagere verbrandingstemperatuur minder gifstoffen vrij, waardoor het systeem minder slecht zou zijn voor de gezondheid. De Stichting Rookpreventie Jeugd stelt daarentegen dat het roken via deze tabaksverhitter even verslavend is als het roken van een gewone sigaret. De rook bevat volgens de stichting net zo goed kankerverwekkende stoffen, en omdat er echte tabak wordt gebruikt, kan het net zo goed schade toebrengen aan de longen en luchtwegen. Ook het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) stelt dat het geen veilig alternatief voor roken is.
Advocaat Bénédicte Ficq, die de stichting bijstaat, noemt de claim van Philip Morris aanvechtbaar. "We doen aangifte tegen ziekmakende misleiding. Het past in een patroon van misleiding en bedrog van bijna 100 jaar. Vroeger werd de sigaret al gepresenteerd als goed tegen astma en luchtweginfecties." Zij stelt dat overheden zich hebben laten beïnvloeden door lobbyisten, waardoor regelgeving is ontstaan die volgens haar vooral werkbaar is voor de industrie zelf. De aangifte richt zich daarom niet alleen op Philip Morris, maar ook op de leidinggevenden van het bedrijf en op wetenschappers die de gezondheidsclaims ondersteunen. "Het verhitte tabaksproduct is een nieuwe golf van misleiding. Het is een nieuwe manier om het verdienmodel van de tabaksindustrie in de lucht te houden."
De aangifte wordt gesteund door het Antoni van Leeuwenhoek Nederlands Kanker Instituut, Stichting Longkanker Nederland, het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, de Hartstichting, het Longfonds en KWF. Volgens Ficq heeft deze zaak meer kans van slagen dan de aangifte uit 2016. Die richtte zich op de zogeheten sjoemelsigaret, een sigaret waarbij via ventilatiegaatjes in het filter meer schadelijke stoffen worden ingeademd dan is toegestaan en op de verpakking is vermeld. De rechter oordeelde destijds dat regulering van de tabaksindustrie via de politiek moest verlopen en niet via een strafzaak. Ficq zegt nu: "De sjoemelsigaret was al geplugd bij de wetgever. Er is nu iets nieuws op de markt. Wij menen een sterke strafzaak te hebben doordat wij de overtredingen al in kaart hebben gebracht."
Eerder dat jaar, in 2016, deed dezelfde stichting samen met Ficq al aangifte tegen Philip Morris, toen onder meer wegens poging tot doodslag en poging tot mishandeling. Dat leidde destijds niet tot strafrechtelijke vervolging van het bedrijf.
6