De lastenverhogingen van het kabinet komen vrijwel volledig voor rekening van werkenden. Dat stelt de Raad van State na bestudering van de begroting. Van de zes miljard euro aan lastenverzwaringen in 2027 gaat 5,8 miljard ten koste van werkenden, terwijl de lasten voor bedrijven en vermogenden juist iets dalen. De inkomstenbelasting, die iedereen die werkt moet betalen, gaat omhoog.
Het kabinet schrijft in de miljoenennota en het coalitieakkoord dat werken moet lonen, maar volgens de Raad van State blijkt uit de begroting dat de plannen waarvoor het kabinet extra geld uittrekt, steevast worden betaald door de belasting op arbeid te verhogen. Het adviesorgaan wijst erop dat tal van adviesorganen pleiten voor een evenwichtige verdeling van de lasten, vooral vanwege de vergrijzing. Steeds minder werkenden moeten de verzorgingsstaat betalen, wat op termijn onhoudbaar is, zeker nu de economische groei achterblijft.
De Raad van State constateert dat het kabinet op papier goed analyseert wat de grote problemen van nu zijn, zoals geopolitieke spanningen, stikstof, klimaat, wonen en onderwijs. Maar in de praktijk wordt dat niet weerspiegeld in de verdeling van het geld. Een groot deel van de plannen wordt uitgesteld of afgesteld, en daar zijn niet alleen werkenden, maar ook jongere generaties de dupe van. «Voor hen is existentieel wat nu wordt opgelost en wat wordt uitgesteld», aldus de Raad van State. De rekening wordt doorgeschoven naar kinderen en jongvolwassenen, waardoor de overheidsschuld op termijn onhoudbaar wordt. In 2025 bedroeg de schuld per hoofd van de bevolking ongeveer 29.000 euro; in 2035 loopt die op naar ruim 40.000 euro per persoon.
Om volgende generaties niet met de huidige problemen op te zadelen, zou het kabinet volgens de Raad van State moeten inzetten op beheersing van de staatsschuld, investeren in een productievere economie en een versnelde energie- en klimaattransitie. Op basis van de huidige informatie in de miljoenennota is echter moeilijk vast te stellen in hoeverre de overheidsuitgaven gericht zijn op productiviteitsgroei. Dat moet beter, vindt het adviesorgaan. Het kabinet zou scherper moeten kiezen waar Nederland in de toekomst het beste geld mee kan verdienen. De afgelopen jaren is dat niet genoeg gedaan: naar schatting groeide het aantal laagbetaalde banen ongeveer drie keer zo hard als het aantal overige banen. Ook nu schuift het kabinet die keuze voor zich uit. «De cijfers laten zien dat er vooralsnog geen sprake is van indrukwekkende investeringen in productiviteit», stelt vicepresident Sybrand Buma.
De Raad van State is ook kritisch over hoe extra uitgaven worden gedekt in de begroting. De overheidsfinanciën zijn boekhoudkundig op orde, maar het kabinet schuift met posten naar de toekomst zonder precies aan te geven waarom geld niet is uitgegeven. «Dit maakt het lastig vast te stellen welke afwegingen uiteindelijk worden gemaakt bij de aanpassing van de overheidsuitgaven», aldus het adviesorgaan. Daarnaast ziet de Raad van State dat een groot deel van de plannen van het minderheidskabinet de eindstreep niet zal halen, omdat er geen steun van een meerderheid voor is. Als het lukt om met steun van de oppositie een nieuwe begroting te maken, wil de Raad van State graag met een nieuw advies komen. Het is voor het eerst dat het adviesorgaan dat actief aanbiedt aan een kabinet. De Raad van State hoopt dat coalitie en oppositie de kritische noten van dit advies meenemen in de politieke strijd om een nieuwe begroting.