Koen Schuiling, voormalig burgemeester van Groningen, gaat in cassatie tegen de uitspraak in hoger beroep waarin hij schuldig is bevonden aan schennispleging. Dat maken zijn advocaten bekend in de NPO-podcast Belleman & Van Dop, die zaterdagochtend online verscheen. Met het cassatieberoep wordt de zaak voorgelegd aan de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege van Nederland.
De podcast wordt gepresenteerd door de rechtbankverslaggevers Saskia Belleman en Jules van Dop. In de aflevering laten de advocaten van Schuiling weten dat hun cliënt het niet eens is met het oordeel van het gerechtshof. Volgens de verslaggeving van de Telegraaf stelde Schuiling zelf dat hij strijdbaar is gebleven om zijn recht te halen. Hij was en is dus niet bereid de uitspraak zonder meer te aanvaarden.
Schuiling is veroordeeld voor schennispleging, een delictsomschrijving die ziet op het in het openbaar of op een andere manier zichtbaar maken van seksueel gedrag ten opzichte van anderen zonder dat zij daarmee instemmen. De zaak draaide om gedrag dat volgens het hof aan die wettelijke omschrijving voldeed. Het hof sprak de voormalig burgemeester in hoger beroep schuldig, nadat de zaak eerder in eerste aanleg was behandeld. In het Telegraaf-bericht wordt het gedrag omschreven als masturberen achter het stuur van een auto.
Een cassatieberoep is een gewoon rechtsmiddel, maar de Hoge Raad toetst in beginsel alleen of het recht juist is toegepast. De feiten die het hof heeft vastgesteld worden niet opnieuw onderzocht, en er worden geen nieuwe getuigen gehoord. Dat betekent dat het beroep vooral de juridische beoordeling van het hof raakt: is de wettelijke omschrijving correct uitgelegd, en is de bewijsvoering van het hof juist gewaardeerd. Met het beroep is de zaak nog niet onherroepelijk afgerond.
De zaak heeft ook een bestuurlijke dimensie, omdat Schuiling tot zijn vertrek het gezicht was van de gemeente Groningen. De mediaberichten leggen de nadruk op de persoonlijke kant van de zaak en op de manier waarop de voormalig burgemeester zich in de openbaarheid verdedigt. Er zijn in de aangeleverde bronnen geen reacties van de gemeente, het Openbaar Ministerie of politieke partijen opgenomen. Ook is nog niet bekend wanneer de Hoge Raad zich over het beroep zal buigen.
2