Van de Verenigde Staten tot het Verenigd Koninkrijk en van Frankrijk tot Nederland: geen land ontsnapt de afgelopen maanden aan de alsmaar stijgende rentes op staatsschuld. Vooral deze week schoten de rentes op de internationale geldmarkten omhoog, nadat het militaire conflict tussen de VS en Iran weer oplaaide. De olieprijs steeg daardoor boven de 95 dollar per vat, wat de zorgen over aanhoudende inflatie verder aanwakkerde.
De grootste zorg voor internationale geldschieters is de Verenigde Staten. De staatsschuld is opgelopen tot 40 biljoen dollar, terwijl de regering van president Trump onverminderd geld blijft uitgeven. Hoewel de Amerikaanse economie nog redelijk draait en de werkloosheid relatief laag is, eisen de geldmarkten een steeds hogere vergoeding voor het risico. De rente op een tienjarige Amerikaanse staatsobligatie koerst deze week af op 5 procent, een niveau dat sinds de aanloop naar de kredietcrisis in 2007 niet meer is voorgekomen.
Die stijging slaat over naar Europa, ziet Stefan Koopman, econoom bij de Rabobank. „De VS is veruit de grootste markt voor staatsobligaties. Als het daar rommelt, slaat dat sentiment over naar Europa”, zegt hij. Vooral in het Verenigd Koninkrijk en inmiddels ook in Frankrijk neemt de druk toe. In beide landen zijn er zorgen over oplopende schulden en begrotingen die niet sluiten.
Frankrijk is volgens Nick Kounis, hoofdeconoom bij ABN Amro, het grootste zorgenkind. „Frankrijk heeft de afgelopen jaren geprobeerd de staatsschuld te verlagen, maar dat is niet gelukt omdat tegelijk de rentekosten stijgen. Dat is heel zorgelijk. Het is rennen terwijl je niet vooruitkomt.” De politieke onzekerheid rond de verkiezingen van volgend jaar duwt de rente verder omhoog. President Macron is zijn meerderheid in het parlement al enige tijd kwijt, waardoor het nemen van besluiten moeizaam verloopt.
Het Verenigd Koninkrijk is het tweede probleemland. De nieuwe premier Burnham moet eind volgende maand een begroting indienen. Hij wil grootschalige investeringen aankondigen, maar hoe die betaald moeten worden, is volgens Koopman een lastige opgave. „Eigenlijk zou Burnham juist moeten bezuinigen.”
De zorgen over Frankrijk en het VK slaan steeds meer over naar andere Europese landen, zoals Duitsland en Nederland. Koopman merkt dat financiële markten steeds gevoeliger worden voor slecht nieuws. „Voorheen werd er onderscheid tussen landen gemaakt, maar landen zijn steeds minder geïsoleerde eilandjes. Er komt steeds meer samenhang in de rentes.” Dat patroon deed zich ook voor aan het begin van de kredietcrisis, toen hoge rentes oversloegen naar meerdere landen.
Centrale banken spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling. De Europese Centrale Bank stopte met het opkopen van staatsschuld, een programma dat tijdens de kredietcrisis werd opgezet om landen te helpen. Daarmee is een grote koper op de markt voor staatsleningen verdwenen. Daarnaast wordt volgende week een rentestijging verwacht om de inflatie te bestrijden, wat ook doorwerkt in de rentes op staatsleningen.
Er is wel een belangrijk verschil met 2008, benadrukt Kounis. „Toen was er veel private schuld en was de overheidsschuld relatief oké. Nu zijn de schulden van overheden groot en komt de oplopende rente direct op het overheidstekort.”
Toch hoeft dit niet direct tot een nieuwe crisis te leiden, denken beide economen. De wereldeconomie presteert beter dan verwacht na zes maanden oorlog in het Midden-Oosten, aldus Koopman. Bovendien kan de druk van de financiële markten politici dwingen om moeilijke beslissingen te nemen. „Als de rente te hoog wordt, wordt het politiek acceptabel om lastige besluiten te nemen. Het alternatief is erger”, zegt Kounis. „Als er breed besef is dat hogere rentes echt een probleem worden voor de begroting, wordt het minder moeilijk om impopulaire maatregelen door te voeren.”