Een Nederlander met een modaal salaris houdt volgend jaar netto nauwelijks meer over aan de Prinsjesdagplannen. Het gaat om een stijging van slechts 1,25 euro per maand. Dat blijkt uit een doorrekening van de begrotingsplannen door HR- en salarisdienstverlener Youforce.

Voor sommige groepen pakt het nettoloon juist negatief uit. Parttimers die het huidige minimumloon verdienen, gaan er per 1 januari 2027 in verhouding het meest op achteruit. Ook werknemers die anderhalf tot twee keer modaal verdienen, zien hun nettoloon dalen. Andere groepen krijgen daarentegen wel wat meer euro's in hun portemonnee.

De uitkomsten laten zien dat de koopkracht van veel huishoudens volgend jaar nauwelijks verbetert, ondanks de jaarlijkse presentatie van de rijksbegroting op Prinsjesdag. Voor een modale werknemer is de netto vooruitgang van 1,25 euro per maand in de praktijk vrijwel onmerkbaar. De doorrekening wijst erop dat de lastenverdeling in de plannen vooral nadelig uitpakt voor twee specifieke groepen: parttimers op het minimumloon en middeninkomens die rond het dubbele van modaal verdienen.

Dat parttimers met een minimumloon er netto op achteruitgaan, is opvallend omdat zij doorgaans weinig ruimte hebben om een inkomensdaling op te vangen. Zij werken vaak in sectoren met relatief lage uurlonen en hebben minder mogelijkheden om extra uren te maken of van baan te wisselen. Een daling van het nettoloon raakt hen daardoor direct in het besteedbare inkomen.

Ook de groep die anderhalf tot twee keer modaal verdient, levert in. Dat zijn vaak huishoudens met een middeninkomen, bijvoorbeeld tweeverdieners met een vaste baan. Voor hen betekent een lager nettoloon dat er per maand minder overblijft voor vaste lasten, zoals hypotheek of huur, energie en boodschappen. De precieze oorzaak van de daling per inkomensgroep verschilt en hangt samen met de specifieke lastenverdeling in de begrotingsplannen.

De doorrekening is uitgevoerd door Youforce, een dienstverlener op het gebied van HR en salarisadministratie. Het bedrijf berekende wat de voorgenomen maatregelen betekenen voor het nettoloon van verschillende typen werknemers. Daaruit komt een beeld naar voren waarin de meeste werknemers er netto weinig op vooruitgaan, terwijl een deel er juist op achteruitgaat.

De cijfers zijn van belang voor de politieke discussie over koopkracht. Bij de behandeling van de begroting in de Tweede Kamer zullen partijen naar verwachting vragen stellen over de gevolgen voor lage en middeninkomens. De vraag is of het kabinet de lastenverdeling nog aanpast voordat de maatregelen ingaan. Tot die tijd geldt de doorrekening als een indicatie van wat werknemers op hun loonstrookje kunnen verwachten.

Voor werknemers die willen weten wat de plannen voor hun eigen situatie betekenen, blijft het advies om naar de eigen loonstrook en de officiële berekeningen te kijken. De verschillen tussen inkomensgroepen zijn groot genoeg om per huishouden uiteen te lopen. De netto uitkomst hangt af van factoren zoals het uurloon, het aantal gewerkte uren en de samenstelling van het huishouden.

Auteur

Economie

Thomas Bakker — economie, Kernblik.