Nederlandse industriële bedrijven ondervinden in toenemende mate hinder van Chinese concurrentie, die zij als oneerlijk ervaren. Volgens berichtgeving van NRC uiten zij klachten over dumping en misleiding door Chinese concurrenten. De zorgen zijn minder acuut dan in Duitsland, waar de paniek over de zogeheten China-schok groter is, maar de pijn is voelbaar. De oneerlijke concurrentie zit vooral hun investeringen in verduurzaming in de weg.
De klachten richten zich op praktijken zoals dumping, waarbij producten onder de kostprijs op de Europese markt worden gebracht, en misleiding over onder meer de herkomst of productiewijze. Hierdoor komen Nederlandse bedrijven in het nauw. De problemen spelen breed in de industrie, van maakbedrijven tot toeleveranciers. De vrees bestaat dat als de oneerlijke concurrentie aanhoudt, meer fabrieken in Nederland zullen sluiten. Dat raakt niet alleen de bedrijven zelf, maar ook hun werknemers en de bredere economie.
De situatie in Nederland is volgens de berichtgeving minder ernstig dan in Duitsland, waar de industrie al langer waarschuwt voor de gevolgen van Chinese staatssteun en overcapaciteit. Toch benadrukken Nederlandse industriële bedrijven dat ook zij de gevolgen merken. De concurrentie beïnvloedt hun strategische keuzes, met name op het gebied van verduurzaming. Bedrijven die willen investeren in groene technologieën en schonere productieprocessen zien hun plannen doorkruist door oneerlijk geprijsde Chinese producten.
De zorgen komen op een moment dat de Europese Unie al maatregelen heeft genomen tegen oneerlijke handelspraktijken, zoals anti-dumpingheffingen op bepaalde Chinese producten. Desondanks blijft de druk op Nederlandse industriële bedrijven hoog. De roep om meer bescherming en eerlijke concurrentieverhoudingen klinkt dan ook steeds luider. Of de Nederlandse overheid en de EU met aanvullende maatregelen komen, is nog niet duidelijk. De industrie hoopt op actie om een gelijk speelveld te herstellen en zo meer fabriekssluitingen te voorkomen.
2