De inflatie in Nederland is in augustus vrijwel stabiel gebleven. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt op basis van een eerste raming dat de prijzen met 3,3 procent zijn gestegen ten opzichte van een jaar eerder. Dat is 0,1 procentpunt meer dan in juli. De belangrijkste oorzaak is opnieuw de stijging van de energiekosten, die mede wordt veroorzaakt door de oorlog in het Midden-Oosten.
Energie, inclusief benzine en diesel, was in augustus 11,7 procent duurder dan een jaar eerder. In juli lag dat percentage op 9,7 procent. Volgens hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS valt de totale prijsstijging voor veel mensen waarschijnlijk mee. In buurlanden als België en Frankrijk liep de inflatie harder op. Van andere buurlanden zijn de cijfers nog niet bekend.
Dat de Nederlandse inflatie relatief beperkt blijft, heeft volgens Van Mulligen onder meer te maken met het brandstofgebruik. Diesel is fors duurder geworden, maar in de meeste andere Europese landen wordt die brandstof veel meer gebruikt dan in Nederland. Ook de boodschappen hielpen mee: afgelopen maand werden die zelfs iets goedkoper.
In de maanden voor augustus werd de inflatie vooral gedreven door hogere diesel- en benzineprijzen. Nu stijgt ook de maandelijkse energierekening weer licht, met name door de gasprijs. Nederland kampt sinds 2022 met hoge prijsstijgingen, nadat Rusland de gaskraan naar Europa dichtdraaide na de inval in Oekraïne. In de jaren daarna duwden grote loonstijgingen de inflatie verder omhoog.
De hoop was dat de inflatie ergens volgend jaar zou dalen naar 2 procent, het doel van de Europese Centrale Bank (ECB). Maar sinds de Verenigde Staten dit voorjaar een oorlog rond de Perzische Golf ontketenden, blijven de prijsstijgingen rond de 3 procent schommelen. Door de afsluiting van de Straat van Hormuz steeg de prijs van ruwe olie, waardoor energie opnieuw duurder werd.
De hardnekkige inflatie zorgde ervoor dat de ECB in juni de rente weer verhoogde om de economie af te koelen. Door een hogere rente wordt geld lenen duurder voor bedrijven en overheden, wat hoge prijsstijgingen moet tegengaan. Volgende week komt het bestuur van de ECB opnieuw bijeen om over de rente te praten.
De gestegen brandstofprijzen hebben ook gevolgen voor het gedrag van automobilisten. Uit een peiling van de ANWB blijkt dat veel autorijders bezuinigen vanwege de hogere prijzen aan de pomp. Van de ondervraagden zegt 43 procent minder vaak uit eten te gaan en vier op de tien besparen op vakanties en dagjes uit. Drie op de tien geven minder uit aan boodschappen. Ruim de helft zegt minder te kunnen sparen.
Vooral huishoudens met een lager of middeninkomen worden geraakt door de gestegen brandstofprijzen, constateert de ANWB. Een derde van de respondenten zegt vaker de fiets te pakken, ruim drie op de tien rijden zuiniger en meer dan twee op de tien maken minder plezierritten. De ANWB pleit voor structurele oplossingen, zoals het meer stimuleren van elektrisch rijden. Veel ondervraagden geven aan dat de aanschafprijs van een elektrische auto een belangrijke drempel blijft. Ook wil de organisatie de huidige accijnskorting op brandstof uit 2022 behouden.
De adviesprijs voor een liter Euro95 lag maandag op ongeveer 2,60 euro en voor diesel op zo'n 2,56 euro, meldt consumentenvoordeelplatform UnitedConsumers. Voor de oorlog kostte een liter Euro95 minder dan 2,30 euro.