Huren was in juli gemiddeld 4,4 procent duurder dan een jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De stijging is iets lager dan in de afgelopen twee jaar: in 2025 stegen de huren met 4,9 procent en in 2024 met 5,4 procent. Toch blijft de huurstijging hoger dan de gemiddelde stijging van cao-lonen en de inflatie in dezelfde periode.
De huur van sociale huurwoningen van woningcorporaties steeg gemiddeld met 4,4 procent. Woningcorporaties bezitten ongeveer twee derde van alle huurwoningen in Nederland. In de vrije sector lag de stijging dit jaar op 4,5 procent, tegen 4,4 procent vorig jaar. Of een woning tot de vrije sector behoort, hangt onder meer af van de netto-huurprijs bij aanvang van het contract. Een woning geldt als vrijesectorwoning als de huur boven de zogenoemde liberalisatiegrens ligt.
Bij een nieuwe bewoner mag de huur meer stijgen dan de maximaal toegestane reguliere huurverhoging. Hoeveel meer, hangt af van het inkomen van de huurder en van de aanduiding van de woning: sociaal, middenhuur of vrije sector. Als bewonerswisselingen buiten beschouwing blijven, komt de gemiddelde huurstijging van bestaande contracten dit jaar uit op 3,8 procent.
De regionale verschillen zijn beperkt. In de provincies Overijssel en Noord-Brabant stegen de huren het hardst, maar het verschil met andere provincies is klein. Ook in de grote steden lag de gemiddelde huurstijging in de buurt van het landelijk gemiddelde.