VN-onderzoekers concluderen dat de Verenigde Staten zich met twee aanvallen op Iran waarschijnlijk schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden. Bij een van die aanvallen werd een basisschool in de zuidelijke stad Minab getroffen. Daarbij kwamen 157 mensen om het leven, van wie velen kinderen. De tweede aanval trof een sportcomplex en woningen in Lamerd. Volgens Iraanse bronnen vielen daarbij 22 burgerdoden, onder wie vijf kinderen.
Beide aanvallen vonden plaats op 28 februari, de dag dat de VS en Israël hun grootschalige militaire offensief tegen Iran begonnen. De VN-onderzoekers schrijven in hun rapport dat de VS «gefaald heeft in zijn verplichting om alles in het werk te stellen om te verifiëren dat het een militair doelwit was». Dat gaat verder dan nalatigheid, luidt de conclusie. De school lag direct naast een complex van de Islamitische Revolutionaire Garde, de elite-eenheid die vermoedelijk het doelwit was. Het schoolgebouw zou oorspronkelijk deel hebben uitgemaakt van dat militaire complex, maar de school was er al sinds 2016 gevestigd en werd door een muur gescheiden van het gardegebouw. Volgens de onderzoekers was het evident dat er een school stond.
De Amerikaanse regering heeft eerder ontkend achter de aanval in Lamerd te zitten. Naar de aanval op de school loopt een onderzoek van het Amerikaanse leger. In maart concludeerde onderzoekscollectief Bellingcat al dat de school hoogstwaarschijnlijk was geraakt door een Amerikaanse raket. Volgens The New York Times ging het vrijwel zeker om een Amerikaanse Tomahawk-raket. Anonieme Amerikaanse functionarissen hebben gezegd dat de aanval waarschijnlijk is goedgekeurd op basis van verouderde informatie. Een voorlopig onderzoek van het Amerikaanse ministerie van Defensie trok eerder de conclusie dat de VS waarschijnlijk verantwoordelijk is. President Trump reageerde in juni laconiek: «Niemand heeft dat expres gedaan. Fouten gebeuren, oorlog is vuil.»
Het VN-team keek ook naar de binnenlandse repressie in Iran. Volgens het rapport zijn Iraanse burgers die protesteerden «op schokkende wijze en op ongekende schaal» gedood, in alle 31 provincies van het land. De onderzoekers stellen dat zeker 3038 mensen zijn gedood en 25.000 gewond geraakt. Die aantallen zijn waarschijnlijk in werkelijkheid nog vele malen hoger. Getuigen vertelden dat er op daken sluipschutters waren gepositioneerd die lukraak op betogers schoten. Het VN-team concludeert dat Iran zich in december en januari schuldig heeft gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid.
Sinds begin dit jaar zijn in Iran zeker 58 mensen geëxecuteerd omdat ze een gevaar zouden hebben gevormd voor de staatsveiligheid. Voor nog eens zeventig Iraniërs dreigt hetzelfde lot, onder wie zeker vijf vrouwen en drie jongens. Het VN-onderzoeksteam sprak met 73 mensen, binnen en buiten Iran. Daarnaast bestudeerde het documenten, satellietbeelden, foto- en videomateriaal en informatie van organisaties en experts. Tal van verzoeken om informatie aan Iran en de VS bleven onbeantwoord.
De onderzoekers sluiten af met een oproep aan de VS en Iran om de vijandelijkheden te staken. Ze wijzen erop dat de Iraanse bevolking het grootste slachtoffer is, ingeklemd tussen de zware repressie van het Iraanse regime en het gewapende conflict tussen de VS, Israël en Iran.