Rusland voert een hybride oorlog op Europees grondgebied om de solidariteit binnen de NAVO op de proef te stellen. Dat blijkt uit onderzoek van de onafhankelijke denktank International Center for Counter Terrorism (ICCT) in Den Haag, die sinds het begin van de oorlog in Oekraïne ruim 180 incidenten heeft geregistreerd waarbij Rusland betrokken was. Het gaat vooral om brandstichting en het plaatsen van explosieven, gevolgd door vandalisme, zoals de bekladding van een Holocaustmonument in Parijs.
Volgens de onderzoekers is dat aantal slechts het topje van de ijsberg. Drone-incidenten en cyberaanvallen zijn niet meegeteld, omdat er te veel van zijn om te onderzoeken of Rusland erachter zit. Ook recente incidenten die nog worden onderzocht, zijn niet in de cijfers opgenomen. Het Kremlin ontkent de betrokkenheid niet: de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov zei vorige maand dat Rusland zijn methodes «veel harder» maakt om «alles te vernietigen wat de oorlogsmachine van Kyiv voedt vanuit het Westen».
Volgens Carlo Masala, hoogleraar internationale politiek aan de Bundeswehr Universiteit van München, wordt Rusland steeds roekelozer. «Aangezien Rusland grote moeite heeft om militaire successen te boeken in Oekraïne, escaleren ze elders», zegt hij. Rusland-expert Joris van Bladel stelt dat het Kremlin de druk voelt om successen te boeken. Met de hybride aanvallen wil Rusland Europese landen dwingen hun steun aan Oekraïne te stoppen, maar bovenal artikel 5 van het NAVO-verdrag op de proef stellen. Dat artikel bepaalt dat een aanval op één lidstaat een aanval op allen is. De Russische president Vladimir Poetin zou al langer vraagtekens zetten bij die solidariteit.
Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen vindt dat er geen twijfel bestaat over de intenties van Rusland. «De hybride dreigingen waar Europa mee te maken heeft, blijven steeds minder bij dreigingen. Europa heeft een counter-hybride-strategie nodig en overeenstemming over hoe we op deze incidenten moeten reageren», zei ze. NAVO-baas Mark Rutte benadrukte deze maand dat de inzet voor de collectieve verdediging «als een huis» staat. «We zullen altijd doen wat nodig is om elke centimeter van het grondgebied van onze bondgenoten te beschermen.»
Toch duurt het bereiken van overeenstemming binnen Europa en de NAVO vaak lang, zeggen Masala en Van Bladel. «Politici durven niet op hun gevoel af te gaan over wie achter deze acties zit. Ze willen wachten tot er hard bewijs is, maar dat is in veel gevallen onmogelijk», aldus Masala. Van Bladel wijst erop dat de beslissingsketen, zowel in bewijsvoering als politieke consensus, tijd vraagt.
Intussen neemt de dreiging toe. Volgens drie Europese inlichtingendiensten is Rusland van plan om «binnen enkele maanden» de NAVO te testen met kleine, hybride aanvallen op NAVO-grondgebied. Masala ziet dat de NAVO is wakker geschud, maar betwijfelt of het bondgenootschap eensgezind zal reageren als het zover komt. «Ik denk nog altijd dat niet alle NAVO-lidstaten bereid zullen zijn zich te houden aan artikel 5. Laat staan om hun legers in te zetten. En dat is precies waar de Russen ook op inzetten.»
Van Bladel pleit voor een omslag in het strategisch denken: «We moeten onze cruciale infrastructuur beschermen en dus serieus nadenken over het inzetten van luchtverdediging bij havens.» Masala ziet dat de NAVO de afschrikkende maatregelen opvoert. «We kunnen alleen maar hopen dat die boodschap overkomt in Rusland.»
3