Meer dan honderd Israëlische kolonisten hebben in de nacht van maandag op dinsdag verhinderd dat een Palestijns gezin kon terugkeren naar zijn huis in het dorp Jalud op de bezette Westelijke Jordaanoever. Dat meldt het Israëlische leger. De kolonisten blokkeerden wegen, staken autobanden in brand en gooiden stenen naar de militairen en grenspolitie die de terugkeer van het gezin moesten begeleiden.
De twee huizen van het gezin en eigendommen van andere Palestijnse inwoners van Jalud werden in brand gestoken. Dat meldt Al Jazeera op basis van ooggetuigen. De schade aan de huizen is groot. Dorpsbewoners raakten in paniek. De familie Tubasi werd in juli verdreven uit Jalud, in de buurt van Nablus, na aanhoudende intimidatie en aanvallen door kolonisten. Het Israëlische Hooggerechtshof oordeelde dat het gezin veilig moest kunnen terugkeren en uitte felle kritiek op de autoriteiten omdat die niet hard genoeg hadden opgetreden tegen de eerdere aanvallen.
Bij de rellen raakten drie leden van de grenspolitie lichtgewond en een legervoertuig raakte beschadigd. Het leger dreef de relschoppers uit elkaar. Drie jongens van 15, 17 en 18 jaar zijn aangehouden en overgedragen aan de politie. De relschoppers kwamen naar Jalud na een oproep in WhatsApp-groepen van extremistische kolonisten. Daarin werd gedeeld dat het Palestijnse gezin onder begeleiding van het leger naar huis zou terugkeren.
Volgens de Israëlische krant Haaretz waren de politie en de geheime dienst niet op de hoogte van de terugkeer. Er was onvoldoende bescherming voor het beperkte aantal militairen en het Palestijnse gezin. De relschoppers waren binnen tien minuten ter plaatse; versterking van het leger kwam pas later. Een van de gezinsleden zei tegen de krant dat ze de opdracht kregen binnen te blijven, maar dat de begeleiders er niet in slaagden de aanvallers te verjagen. De relschoppers drongen door de deur en de ramen het huis binnen, waarna het gezin naar het dak vluchtte. Uiteindelijk werd de familie in een pantservoertuig in veiligheid gebracht. Kort daarna zagen ze rook uit hun huizen komen.
Premier Netanyahu veroordeelde het geweld scherp, evenals de aanvallen op het leger. Hij stelde dat de relschoppers niet representatief zijn voor de kolonisten in Judea en Samaria, de term die hij gebruikt voor de bezette Westelijke Jordaanoever om te benadrukken dat het gebied in zijn ogen van het Joodse volk is.
Ook twee andere dorpen op de Westelijke Jordaanoever werden aangevallen. Daarbij werden voertuigen in brand gestoken. In Qayrut zou een oudere vrouw zijn aangevallen door kolonisten die haar huis binnendrongen. In al-Mughayyir werden drie huizen binnengevallen en bezittingen vernield; één huis werd in brand gestoken. In augustus hielden kolonisten dagenlang de woningen van twee Palestijnse families omsingeld. Vijftien mensen, onder wie twee kinderen, konden geen kant op. Ze werden geïntimideerd en hun huizen werden met stenen bekogeld.
Het Israëlische geweld op de Westelijke Jordaanoever is dit jaar aanzienlijk toegenomen. Volgens de Verenigde Naties zijn er gemiddeld zes aanvallen per dag van kolonisten op Palestijnen. De VN-organisatie voor de coördinatie van humanitaire zaken OCHA stelt dat groepen kolonisten geregeld worden aangemoedigd of beschermd door Israëlische militairen. Palestijnen worden beschoten, hun huizen worden bezet of in brand gestoken en ze worden door groepen kolonisten aangevallen.
2