In Apeldoorn is de vliegramp van 7 oktober 1946 na tien jaar weer herdacht. Bij de plechtigheid werden toespraken gehouden en legden kinderen kransen neer bij het monument. Bij de ramp kwamen 22 schoolkinderen en de piloot om het leven.
Op die dag vloog een beginnend piloot met een militair vliegtuig over Apeldoorn. Hij was uitgekozen om naar Nederlands-Indië te vliegen, maar moest daarvoor nog een proefvlucht maken. Die zou plaatsvinden in de buurt van vliegveld Valkenburg bij Katwijk. De piloot besloot echter naar Apeldoorn te vliegen, specifiek naar de toenmalige Christelijke HBS, het huidige Christelijke Lyceum. Hij wilde zijn moeder imponeren, die in de buurt woonde.
Het ging mis. De piloot raakte met een vleugel de schoorsteen van de school. Daardoor kwam de brandstoftank los en viel door het dak van de gymzaal naar beneden. Op dat moment waren 27 leerlingen aan het sporten in de zaal. De benzine van het vliegtuig vatte vlam en 22 leerlingen kwamen om het leven. Ook de piloot overleefde de ramp niet. Zijn moeder snelde na het ongeluk naar de school en overleed daar aan een hartaanval toen ze hoorde dat haar zoon was omgekomen.
De ramp maakte een enorme indruk op de inwoners van Apeldoorn. Dies Griffioen, 80 jaar oud, was net geboren ten tijde van de ramp, maar het incident raakte ook haar familie. «Iedereen in Apeldoorn heeft op een gegeven moment dat vliegtuig gehoord», zegt ze. «Het is wel drie keer over de HBS gevlogen voordat het neerstortte.» Haar oma kreeg te horen dat haar zoon, Griffioens oom Willem van Kampen, zwaargewond was geraakt. Later kwam hij te overlijden.
Griffioen denkt ook aan de gymleraar, die het na de ramp moeilijk had. «Hij is zelf die school in gelopen om kinderen te zoeken en heeft eigenlijk zijn hele leven gevonden dat hij had moeten sterven in plaats van alle jongens.»
Na het ongeluk werd er niet meer over gesproken, zegt Griffioen. «De kinderen kregen de opdracht om te zwijgen over de ramp. Onderling praatten ze natuurlijk een beetje, maar het mocht niet. Het moest stilgezwegen worden. Na de oorlog was er zo veel leed, dat de strategie van de ggz was: stilzwijgen.»
Veertig jaar na de ramp werd de eerste herdenking gehouden. In 2016 gebeurde dat voor het laatst. Tot nu. «Ik dacht eerst: ik wil dit niet meer», zegt Dies Griffioen. «Maar dan kruipt die hele angst van vroeger weer terug. Zoals bij ons thuis, dat het ongeluk niet verwerkt werd. Dat wil zeggen dat je continu een soort gigantisch verdriet hebt», legt ze uit. «En dat is alsof er een vliesje wordt weggehaald van de wond. En dat komt dan helemaal weer boven.»
Griffioen stond vandaag stil bij de jongens die om het leven zijn gekomen, maar ook bij het grote verdriet van de nabestaanden. «Het is ook een soort herdenken en erkennen van het verdriet.»
4