Supermarkten en distributiecentra in Nederland moeten noodvoorraden aanleggen om het hoofd te bieden aan ontwrichtende situaties zoals stroomuitval, internetstoringen of hacks. Het kabinet legt komend jaar de laatste hand aan het Landelijk Crisisplan Voedselzekerheid, zo laat staatssecretaris Erkens weten. «We maken er zoveel mogelijk tempo op», zegt hij. Het plan moet garanderen dat de voedselvoorziening ook bij ernstige verstoringen overeind blijft.

De urgentie werd deze week onderstreept door de hack bij Albert Heijn. Hoewel de voedselzekerheid niet in het geding kwam, legde het incident de kwetsbaarheid bloot van een systeem dat in Nederland zo efficiënt mogelijk is ingericht, met zo min mogelijk voorraden. Supermarkten en distributiecentra zijn essentiële maar tegelijk kwetsbare voorzieningen, aldus het kabinet.

Op dit moment zijn supermarkten en distributiecentra niet verplicht om een noodvoorraad aan te houden. Volgens de plannen van het kabinet moeten die voorraden er uiteindelijk wel komen. Staatssecretaris Erkens zegt in gesprek te zijn met supermarkten om te bekijken of «we ook noodvoorraden met bepaalde kritieke goederen gaan aanleggen met elkaar. Zodat je bij ontwrichtende situaties ook altijd kan terugvallen op die noodvoorraad».

Directeur Marc Janssen van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) wijst erop dat dit bij bestaande gebouwen lastig wordt. «Althans op korte termijn, door de opslagcapaciteit. Wil je daar meer van, dan betekent dat verbouwingen.» Een alternatief is volgens hem dat de overheid loodsen koopt of bouwt en vult met de juiste producten. «En dat we in nauw overleg afspraken maken over de logistiek en de distributie. Via winkels of bijvoorbeeld buurthuizen.»

Erkens denkt dat ook bestaande distributiecentra noodvoorraden kunnen herbergen. Dan zal wel de maximale efficiëntie moeten inboeten. «Maar dan heb je wel voor twee of drie dagen goederen erin om altijd een eerste risico op te vangen.»

Naast de fysieke voorraden speelt de vraag wat te doen als digitale systemen uitvallen of moeten worden uitgeschakeld. De directeur van het CBL noemt de situatie bij Albert Heijn deze week een leerschool. «Van zo'n incident kun je ook leren dat je een optie B nodig hebt voor een meer analoge levensmiddelendistributie. Dus dat je niet alleen maar afhankelijk bent van digitale systemen.»

Het assortiment in een noodvoorraad zal altijd beperkter zijn dan wat winkels in normale tijden bieden. Volgens Erkens wordt momenteel in kaart gebracht welke producten noodzakelijk zijn. «Het is geen grote nationale ramp als kiwi's niet geleverd kunnen worden, dan heb je nog andere soorten fruit», zegt hij. «Maar als echt hele noodzakelijke productcategorieën wegvallen, dan moet je daarvan wel een voorraad opbouwen met elkaar.»

Eerder deze maand waarschuwden onderzoekers van het Clingendael Instituut en de Erasmus Universiteit dat Nederland onvoldoende is voorbereid op een ramp rondom voedselzekerheid. Een van hun adviezen is supermarkten een dynamische noodvoorraad aan te laten houden. Die werkt dan als een buffer die meegaat in de normale verkoop en niet bederft.

Volgens onderzoeker Pieter Zwaan is de beste voorbereiding echter niet in de supermarkt, maar thuis. Zijn advies is om niet voor drie maar voor acht dagen voedsel in huis te halen. Het kabinet wil dat advies nog niet officieel overnemen. Zwaan erkent dat dit vanwege ruimte of kosten niet voor iedereen is weggelegd. «Dan kunnen supermarkten een rol spelen, bijvoorbeeld als het echt crisis is. Zij kunnen dan op gecoördineerde wijze producten uitgeven.»

3Weergaven

Auteur

Politiek verslaggever

Sanne de Vries — politiek verslaggever, Kernblik.