De regenboogvlag hangt voor het eerst bij de Tweede Kamer. Het presidium, het dagelijks bestuur van de Tweede Kamer, besloot aanvankelijk de vlag te hijsen vanwege Coming-Outdag, de dag waarop wereldwijd aandacht is voor het uit de kast komen. Na verzet van de christelijke oppositiepartij SGP ging dat plan niet door. Andere oppositiepartijen dienden daarop een motie in om de vlag toch te laten wapperen. Donderdagavond werd er met een hoofdelijke stemming over gestemd. Een meerderheid van de Kamer bleek de regenboogvlag naast het parlementsgebouw te willen hijsen.
Door het hele land zijn op Coming-Outdag regenboogvlaggen opgehangen. In de Gelderse gemeente Oldebroek liep het anders. De gemeente besloot deze week het lhbti-beleid te schrappen en dus ook geen vlag te hijsen. Dat besluit leidde tot veel discussie in de gemeente. Uit protest hingen inwoners van Oldebroek zelf vlaggen op. Bij de Kruiskerk in de gemeente werd gisteren in het bijzijn van tientallen mensen een regenboogvlag gehesen.
Volgens dominee Han Wilmink is de vlag juist een christelijk symbool. «Het toont de veelkleurigheid van Gods schepping en daar hoort iedereen bij. We laten niemand aan de kant staan hier», zei hij. De actie van inwoners stuitte al snel op weerstand. Zaterdagavond werd duidelijk dat meerdere vlaggen waren gestolen, ook de vlag bij de kerk. Sommige vlaggenmasten zouden zelfs zijn vernield. Inmiddels hangt bij de kerk weer een nieuwe vlag.
De kwestie in Oldebroek verdeelt de gemeente. Het schrappen van het lhbti-beleid leidde tot verhitte discussies. De gestolen vlaggen en vernielde masten maken de spanningen verder zichtbaar. De politie heeft nog geen aanhoudingen gemeld in verband met de diefstallen.
In de Tweede Kamer verliep de besluitvorming over de vlag eveneens moeizaam. Het presidium wilde de vlag eerst niet hijsen na bezwaren van de SGP. Oppositiepartijen dwongen via een motie en een hoofdelijke stemming af dat de vlag er toch kwam. Daarmee hangt de regenboogvlag voor het eerst bij de volksvertegenwoordiging.
Coming-Outdag vraagt jaarlijks aandacht voor het moment waarop iemand openlijk vertelt over zijn of haar seksuele gerichtheid of genderidentiteit. De dag valt wereldwijd op 11 oktober. In Nederland besteden gemeenten, instellingen en organisaties op verschillende manieren aandacht aan de dag.
5