Zwangeren kunnen vanaf 1 januari 2028 geen gebruik meer maken van de 13-wekenecho. Minister Hermans van Volksgezondheid heeft besloten het huidige experiment met de echo om aangeboren afwijkingen op te sporen niet voort te zetten. Dat schrijft ze aan de Tweede Kamer.
De 13-wekenecho werd sinds 2021 aangeboden in het kader van een wetenschappelijke studie, naast de gebruikelijke 20-wekenecho. Het idee was dat ouders met een echo in de dertiende week van de zwangerschap meer tijd hebben om zich voor te bereiden op een kind dat veel zorg nodig heeft of op een mogelijke abortus.
Vorige maand adviseerde de Gezondheidsraad om de echo niet in te voeren als vast onderdeel van de geboortezorg. De uitslagen van de echo bleken niet altijd te kloppen. Soms werden vrouwen onnodig doorverwezen, terwijl er ook relatief veel afwijkingen werden gemist. De raad concludeerde dat de voordelen op dit moment niet opwegen tegen de nadelen.
Hermans volgt dat advies grotendeels, maar gaat een stap verder dan de Gezondheidsraad. De raad pleitte nog voor nader onderzoek om de echo zo in te zetten dat de voordelen groter worden dan de nadelen. De minister voelt daar niet voor. Ze wil zwangeren vooral niet opnieuw blootstellen aan onnodige ongerustheid als de uitslag vals alarm blijkt te zijn.
«Hoewel het kabinet de verbetermogelijkheden rondom het protocol serieus neemt, blijken er op dit moment ook veel nadelen te zitten aan het opnieuw in onderzoeksverband aanbieden van de 13-wekenecho», schrijft Hermans aan de Kamer. Daarmee verdwijnt de 13-wekenecho definitief per 1 januari 2028.
In haar brief schrijft Hermans dat ze wel de hele keten van prenatale screening onder de loep wil nemen. Daarbij wil ze kijken hoe het huidige systeem, met echo's en het NIPT-bloedonderzoek om genetische afwijkingen op te sporen, verbeterd kan worden. Als de wetenschappelijke ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, zou het kunnen dat ze de Gezondheidsraad opnieuw om een advies vraagt over de 13-wekenecho.
5