Het westnijlvirus is sinds het voorjaar in bijna 1600 mensen in Europa vastgesteld. Het gaat om mensen die in hun eigen land besmet zijn geraakt, meldt het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC). In Nederland zijn 44 besmettingen geregistreerd.
Het virus is aangetroffen in zestien Europese landen. Italië voert de lijst aan met het hoogste aantal besmettingen. De meeste besmettingen doen zich voor in Zuid- en Oost-Europa, waar het klimaat gunstiger is voor de muggen die het virus overdragen.
Het westnijlvirus wordt overgedragen door muggen, met name de gewone huismug en de moerasmug. De meeste mensen die besmet raken, krijgen geen klachten of alleen milde symptomen zoals koorts, hoofdpijn en spierpijn. In een klein deel van de gevallen kan het virus leiden tot ernstige neurologische aandoeningen, zoals hersenontsteking of meningitis. Mensen met een verzwakt immuunsysteem en ouderen lopen een groter risico op ernstige ziekteverschijnselen.
Het ECDC houdt de verspreiding van het virus nauwlettend in de gaten. De organisatie benadrukt het belang van bescherming tegen muggenbeten, vooral in gebieden waar het virus circuleert. Dat kan door het dragen van bedekkende kleding, het gebruik van insectenwerende middelen en het vermijden van stilstaand water waar muggen zich voortplanten.
In Nederland zijn dit jaar 44 besmettingen vastgesteld. Het is niet duidelijk of het gaat om mensen die in het buitenland besmet zijn geraakt of om autochtone besmettingen. Het RIVM houdt de situatie in Nederland in de gaten. Vooralsnog is het aantal besmettingen in Nederland beperkt vergeleken met landen als Italië en Griekenland.
Het westnijlvirus komt van oorsprong voor in Afrika, West-Azië en het Midden-Oosten. Sinds de jaren negentig wordt het virus ook in Europa aangetroffen. De laatste jaren neemt het aantal besmettingen in Europa toe, mogelijk door klimaatverandering en veranderingen in landgebruik. Het ECDC waarschuwt dat het virus zich verder kan verspreiden naar nieuwe gebieden waar de muggen die het virus overdragen voorkomen.
Er is geen specifieke behandeling voor het westnijlvirus. Patiënten met ernstige symptomen krijgen ondersteunende zorg in het ziekenhuis. Er is ook geen vaccin voor mensen beschikbaar. Preventie richt zich daarom op het voorkomen van muggenbeten en het bestrijden van muggenpopulaties.
4