De topman van OpenAI, het bedrijf achter ChatGPT, zegt dat een nieuw tijdperk van kunstmatige algemene intelligentie (AGI) is aangebroken. Greg Brockman sprak van een mijlpaal waarbij computersystemen zelfstandig zouden werken en beter presteren dan mensen. Nederlandse AI-experts reageren sceptisch op de uitspraak en wijzen erop dat de term al tientallen jaren bestaat zonder duidelijke betekenis.
Volgens Jan Broersen, hoogleraar kunstmatige intelligentie aan de Universiteit Utrecht, roept de term AGI vooral associaties op met doemscenario's. „Voor sommigen in de AI-industrie gaat het over veel meer dan alleen intelligentie”, zegt hij. „Dat gaat vaak samen met beelden van kwaadaardige robots die de wereld overnemen. Vervolgens zeggen de AI-bedrijven: laat ons die AGI maar maken, wij zorgen dat het goedkomt. Daarmee trekken ze veel geld en macht naar zich toe.”
AI-adviseur Ilyaz Nasrullah vindt het vergelijken van kunstmatige intelligentie met menselijke intelligentie onzinnig. „Alsof je een duikboot met een mens vergelijkt. Een mens kan zwemmen, een duikboot kan ook in het water bewegen, maar het heeft geen zin om dat tegen elkaar af te zetten.” Daarmee wil hij niet zeggen dat AI-programma’s nutteloos zijn. „Computers zijn juist heel nuttig, bijvoorbeeld om door enorme hoeveelheden informatie op het internet te gaan. Dat doen ze altijd sneller dan mensen. Maar het is raar om te zeggen dat computers beter zijn dan mensen. Het ene is een machine die werkt op rekenkracht, het andere een levend wezen.”
Er is bovendien geen overeenstemming over wat AGI precies inhoudt. Broersen: „De term bestaat al tientallen jaren. In het begin ging het om een vorm van kunstmatige intelligentie die niet één ding kan, maar meerdere dingen. Later zijn daar allerlei eigenschappen aan toegevoegd, zoals bewustzijn of verlangens. Niemand weet eigenlijk meer wat het betekent.” Ook Brockman zelf kon het aanbreken van het AGI-tijdperk niet onderbouwen. In een gesprek met onder meer de Amerikaanse nieuwssite TechCrunch noemde hij het „een spiritueel concept”. Hij zei dat iedereen zelf mag bepalen of je er zo over denkt, maar voegde eraan toe: „Persoonlijk denk ik van wel.”
Die houding roept verbazing op bij Nasrullah. „Heel verwarrend. Het is moeilijk om te weten wat er in het hoofd van Brockman omgaat. Mijn conclusie is dat AGI niet bestaat, omdat je inhoudelijk niet kunt vaststellen wat het inhoudt. Brockman doet dat zelf ook niet.” Volgens de AI-adviseur is de uitspraak vooral bedoeld als marketing. „Het zorgt ervoor dat mensen over OpenAI praten. Sommigen gaan er serieus op in, anderen niet. Maar het maakt voor OpenAI niet uit of mensen voor of tegen zijn, zolang er maar over het bedrijf wordt gepraat. En dan ook nog rond een systeem dat beter zou presteren dan mensen, dat klinkt aantrekkelijk. Alle reclame is goede reclame.”
Een andere mogelijkheid is dat Brockman van AGI een soort religie maakt, zegt Nasrullah. „Je moet geloven dat AGI gemaakt is.” Broersen sluit dat niet uit. „Een aantal mensen in de AI-industrie gelooft echt dat zij systemen kunnen ontwikkelen die in alle opzichten beter zijn dan mensen. Het geld is leuk, maar ze vinden het vooral fantastisch dat ze dit kunnen doen. Ze willen de geschiedenisboeken in als de mensen die AGI hebben gemaakt. Ze willen God spelen.” In de wetenschap wordt AGI volgens Broersen niet heel serieus genomen, al koppelt de AI-industrie de term vaak aan doemscenario’s.