Het Nederlandse bedrijf Pal-V heeft toestemming gekregen van de Europese luchtvaartautoriteit EASA om vliegende auto's te produceren. Daarmee komt een jarenlang traject van goedkeuring ten einde en kan het bedrijf beginnen met de daadwerkelijke bouw van de eerste exemplaren. Directeur Robert Dingemanse verwacht dat de eerste toestellen over ongeveer anderhalf jaar de lucht in kunnen, mogelijk in 2028.
De vliegende auto van Pal-V is een voertuig met drie wielen en intrekbare wieken. Op de weg rijdt het als een gewone auto, maar op een volle tank kan het toestel zo'n 500 kilometer vliegen. Het voertuig is vooral bedoeld voor personenvervoer, bijvoorbeeld voor hulpdiensten die snel op moeilijk bereikbare plaatsen moeten zijn. Volgens Dingemanse hebben onder meer brandweer, politie en defensie interesse getoond.
Het idee van een vliegende auto is niet nieuw. Al in 1842 vroegen twee uitvinders patent aan op een 'vliegend stoomrijtuig'. Sindsdien zijn er talloze experimenten geweest, maar de meeste strandden. Luchtvaartdeskundige Joris Melkert wijst op de technische complexiteit en de strenge goedkeuringsprocedures. Bij Pal-V duurde die goedkeuring jaren: sinds 2020 mag het voertuig van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) de weg op, en nu is dus ook de Europese luchtvaartgoedkeuring binnen.
De productie start binnenkort, maar daarna moeten de eerste auto's nog worden getest om aan te tonen dat ze aan alle richtlijnen voldoen. Dat proces duurt nog ongeveer anderhalf jaar. Het bedrijf hoopte eerder al in 2021 het eerste commerciële model op de markt te brengen, maar die planning werd meerdere keren uitgesteld naar 2025 en uiteindelijk 2026.
Luchtvaartprofessor Jacco Hoekstra ziet voordelen in het ontwerp. Door de compacte afmetingen is weinig ruimte nodig om op te stijgen en te landen, en het voertuig kan in serie worden geproduceerd, net als een gewone auto. Bij grote aantallen kan dat de productie aanzienlijk goedkoper maken dan die van helikopters. Toch betekent dat volgens Hoekstra niet dat er op korte termijn massaal auto's door de lucht gaan.
Voor vliegende auto's gelden dezelfde regels als voor vliegtuigen. Opstijgen en landen mag alleen op zogeheten airstrips, kleine vliegvelden met een eenvoudige landingsstrook. Daarvan zijn er in Nederland ongeveer twintig. Het Nederlandse luchtruim is bovendien vrij vol, waar ook andere bedrijven tegenaan lopen die bijvoorbeeld pakketjes met drones willen bezorgen. Hoekstra sluit niet uit dat er meer vliegstrips komen als de vraag toeneemt, bijvoorbeeld naast tankstations, zoals eerder gebeurde met elektrische oplaadpunten.
De vliegende auto kost tussen de 299.000 en 499.000 euro. Inmiddels zijn de eerste 250 exemplaren verkocht, maar omdat het bedrijf maximaal honderd auto's per jaar kan produceren, geldt voorlopig een verkoopstop. Ongeveer de helft van de bestellingen komt van hulpdiensten, de rest van specialisten die voor hun werk snel ter plekke moeten zijn, zoals onderhoudspersoneel. Een klein deel is bestemd voor privégebruik.
Op de Nederlandse brandweer na komen de bestellingen vooral uit het buitenland. In landen met een minder goed wegennet, zoals Noorwegen, kan een vliegende auto uitkomst bieden om snel een fjord over te steken. Ook in Nederland zijn scenario's denkbaar waarbij hulpdiensten snel ter plaatse moeten zijn, bijvoorbeeld bij bosbranden. Volgens Melkert kom je dan echter vaak ook een heel eind met een klein vliegtuigje of een drone. Een vliegende auto is hier niet cruciaal, zegt hij.
Pal-V moet in 2027 voor de rechter verschijnen wegens een verdenking van fraude met NOW-coronasteun, een tegemoetkoming voor loonkosten tijdens de coronacrisis. De Arbeidsinspectie en het Openbaar Ministerie vermoeden dat het bedrijf ten onrechte miljoenen aan coronasteun heeft ontvangen. Pal-V ontkent dat en zegt zich aan de regels te hebben gehouden.