Surinaams-Nederlandse voetballers leven nog altijd in onzekerheid over hun nationaliteit. Wie voor een Surinaamse interlandcarrière kiest, kan zijn Nederlandse nationaliteit kwijtraken. Een wetswijziging in Suriname moest een einde maken aan die problemen, maar volgens betrokkenen en juristen is de kwestie daarmee niet opgelost.
De paspoortkwestie kwam in maart aan het licht. NAC Breda vroeg toen om de met 6-0 verloren wedstrijd tegen Go Ahead Eagles over te spelen, omdat rechtsback Dean James volgens de club niet speelgerechtigd was. James had in 2025 de Indonesische nationaliteit verkregen, zodat hij voor het nationale elftal van dat land kon uitkomen. Volgens de Nederlandse wet verloor hij daarmee automatisch zijn Nederlanderschap, omdat hij vrijwillig een andere nationaliteit had aangenomen. Plotseling werden ook spelers uit de eredivisie en de eerste divisie die uitkwamen voor Indonesië, Suriname en Kaapverdië aangemerkt als vreemdeling van buiten de Europese Unie.
Het Surinaamse parlement nam in september een wet aan. Daarin staat dat voetballers uit de diaspora met een andere nationaliteit van rechtswege de Surinaamse nationaliteit kunnen verkrijgen. De Surinaamse krant De Ware Tijd schreef dat de sporters zelf geen aanvraag hoeven in te dienen, niets hoeven te ondertekenen en geen eed of verklaring hoeven af te leggen. Die constructie biedt volgens de Nederlandse overheid echter geen zekerheid.
Een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid laat weten dat de gevolgen van de Surinaamse regeling voor het Nederlanderschap per individueel geval worden beoordeeld aan de hand van de Nederlandse nationaliteitswetgeving. Alleen het feit dat de Surinaamse nationaliteit van rechtswege wordt verkregen, is niet voldoende om onder een wettelijke uitzonderingscategorie te vallen. De IND en het ministerie waren volgens de woordvoerder niet betrokken bij de totstandkoming van de wetswijziging.
Sportrechtadvocaat Dolf Segaar concludeert uit die reactie dat de paspoortkwestie niet is opgelost. Advocaat Hermie de Voer, gespecialiseerd in nationaliteitsrecht, verwacht dat het Nederlandse ministerie in een situatie waarin een speler een Surinaams paspoort heeft en tegelijk zijn Nederlandse paspoort wil verlengen, stellig zal stellen dat de speler geen Nederlander meer is. In dat geval moet de speler procederen om het Nederlanderschap alsnog vast te laten stellen.
Surinaams bondscoach Henk Fraser noemt de situatie een hele slechte zaak. Volgens hem moeten Nederland en Suriname samen duidelijkheid verschaffen. Hij zegt dat er mensen zijn die hun hart volgen en voor Suriname willen voetballen, maar nu niet weten waar ze aan toe zijn. Fraser geeft toe dat meerdere Surinaamse spelers tijdens de afgelopen interlandperiode uit onzekerheid besloten niet voor de nationale ploeg uit te komen. Onder anderen Danilho Doekhi (Lazio), Milan van Ewijk (Coventry City) en Jayden Oosterwolde (Fenerbahçe) lieten de keuze voor Suriname voorlopig open.
Ook clubloze buitenspeler Jean-Paul Boëtius verloor zijn Nederlandse nationaliteit automatisch, nadat hij in 2025 voor het eerst voor Suriname was uitgekomen. Hij was in september niet opgeroepen. Boëtius is niet de enige: onder anderen Tjaronn Chery (NEC) en Virgil Misidjan (RKC Waalwijk) zitten in een procedure om hun Nederlandse nationaliteit terug te krijgen. Chery zei begin dit seizoen tegen de NOS dat dit een jaar kan duren.
Boëtius ontving onlangs een brief van de gemeente Rotterdam. Daarin stond dat hij binnen twee weken zijn Nederlandse paspoort moet inleveren. Terwijl hij dat paspoort tot en met 2036 nog geldig had laten verlengen, is hij volgens de brief zijn Nederlanderschap kwijt. Hij heeft nu een sticker in zijn Surinaamse paspoort, die hem een verblijfsvergunning geeft om in Nederland te wonen, maar die geldt ook maar een jaar. Boëtius zegt dat hij weer Nederlander wil worden, omdat hij hier is geboren en getogen. Hij wijst er ook op dat een Nederlands paspoort reizen eenvoudiger maakt dan een Surinaams paspoort, waarvoor vaak een visum nodig is.
Boëtius zegt supertrots te zijn dat hij voor Suriname heeft mogen en mag spelen, maar betreurt de manier waarop het is verlopen. Hij en andere spelers voelen zich misleid door mensen die inmiddels niet meer voor de Surinaamse bond werken. Tegelijk zegt hij dat de bond hem nu goed bijstaat en dat er advocaten zijn die de zaak voor de spelers uitzoeken. Volgens Boëtius kwamen de voorgangers van de bond met het zogenaamde sportpaspoort, een document dat echter nooit heeft bestaan.
2