De parlementaire enquêtecommissie naar het coronabeleid verhoort woensdag twee voormalige bewindslieden uit het kabinet-Rutte III. Eerst is oud-vicepremier Kajsa Ollongren (D66) aan de beurt, later op de dag volgt oud-minister van Justitie Ferd Grapperhaus (CDA). De openbare verhoren maken deel uit van de achtste verhoorweek van de commissie.
Ollongren was tijdens de coronapandemie minister van Binnenlandse Zaken en vicepremier namens D66. In die hoedanigheid was zij nauw betrokken bij de besluitvorming over de coronamaatregelen en de coördinatie daarvan tussen de verschillende overheidslagen. De commissie wil van haar onder meer weten hoe het kabinet tot bepaalde afwegingen kwam en hoe de samenwerking met gemeenten en veiligheidsregio’s verliep.
Grapperhaus was als minister van Justitie verantwoordelijk voor de handhaving van de coronaregels. Onder zijn verantwoordelijkheid vielen de politie-inzet bij lockdowns en avondklok, maar ook de juridische grondslag van de genomen maatregelen. Eerder werd hij al gehoord door de commissie, maar de enquêtecommissie heeft hem opnieuw opgeroepen om aanvullende vragen te beantwoorden.
De verhoren van woensdag beginnen om 10.00 uur en zijn openbaar. De parlementaire enquêtecommissie corona onderzoekt het Nederlandse coronabeleid sinds het uitbreken van de pandemie in 2020. De commissie richt zich daarbij op de vraag hoe besluiten tot stand kwamen, welke informatie daaraan ten grondslag lag en of de genomen maatregelen proportioneel en effectief waren.
Eerder deze verhoorweek kwamen al andere voormalige bewindslieden en topambtenaren aan het woord. De commissie hoort in totaal tientallen getuigen en deskundigen. De verhoren moeten uiteindelijk leiden tot een eindrapport met conclusies en aanbevelingen voor toekomstige crises.
De keuze om juist Ollongren en Grapperhaus te horen, past in de bredere zoektocht van de commissie naar de verantwoordelijkheid van het kabinet als geheel. Beide bewindslieden zaten in de ministerraad die de belangrijkste coronabesluiten nam. Hun verklaringen kunnen daarom van belang zijn voor de vraag hoe het kabinet tot zijn keuzes kwam en of daarbij voldoende rekening is gehouden met alternatieve scenario’s.