Het Openbaar Ministerie (OM) heeft in het onderzoek naar de schietpartij op een politiemedewerker in Schoonhoven tot dusver geen verband gevonden met het Iraanse regime. De 27-jarige verdachte Hasan B. ontkende tijdens de eerste pro-formazitting dat hij het slachtoffer wilde doden en zei niets te weten van een opdracht van het Iraanse regime. Het OM verdenkt B. van poging tot doodslag.
De schietpartij vond op 19 maart vroeg in de ochtend plaats in Schoonhoven. Het slachtoffer is een 36-jarige Iraniër die als ICT-medewerker bij de politie werkt. Hij geldt als tegenstander van het Iraanse regime en riep op sociale media Iraniërs op om informatie over militaire doelwitten te delen. Op zijn Instagram-account met 40.000 volgers vierde hij eerder de dood van ayatollah Khamenei. Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid zei eerder rekening te houden met de mogelijkheid dat Iran achter de aanval zit, maar het OM heeft daarvoor nog geen bewijs gevonden.
De verdachte erkende het slachtoffer te hebben neergeschoten, maar verklaarde bewust op de arm te hebben gericht en slechts één keer te hebben geschoten. Volgens hem was het wapen doorgeladen en had hij vaker kunnen schieten. Zijn advocaat Gerald Roethof zei dat B. niet wist dat het slachtoffer een kritische Iraanse activist was die voor de Nederlandse politie werkte. „Anders had hij het niet gedaan”, verklaarde de raadsman.
Het OM constateerde tijdens de zitting dat B. een vooropgezet plan had. „Hij kwam daar met maar één doel: om het slachtoffer dood te schieten”, zei de officier van justitie. Zo werd de verdachte twee dagen voor de schietpartij al in Schoonhoven gezien, zou hij het slachtoffer hebben geobserveerd en kocht hij een pet die hij tijdens het incident droeg. Het gebruikte wapen, een semiautomatisch pistool, werd op vier minuten rijden van de plaats delict teruggevonden.
Het onderzoek naar mogelijke opdrachtgevers of ronselaars is nog in volle gang. Zo wordt onder meer gekeken naar aanvullend DNA-onderzoek in de Toyota Yaris die als vluchtauto werd gebruikt. B. reed na het incident naar Abcoude, waar hij de auto achterliet. Vervolgens nam hij een Uber naar Amsterdam, liet zich tussen 11.00 en 13.00 uur masseren in een massagesalon in het centrum en werd daarna door een man uit Leidschendam naar Duitsland vervoerd.
Zes dagen na de schietpartij, op 25 maart, werd B. in Dortmund aangehouden in samenwerking met de Duitse autoriteiten. Op 29 mei is hij aan Nederland overgeleverd en zit hij sindsdien in hechtenis in de gevangenis van Ter Apel. Zijn advocaat schetste een beeld van een cliënt die in grote psychische nood verkeerde, kampte met verslavingen aan onder meer crack en alcohol en werd gemanipuleerd door onbekenden die zijn kwetsbare positie misbruikten. De rechter stemde in met het verzoek tot een psychologisch onderzoek.
De volgende pro-formazitting vindt plaats op 11 november. De inhoudelijke behandeling van de zaak staat gepland voor 3 februari volgend jaar. Het slachtoffer wil tijdens de zaak gebruikmaken van zijn spreekrecht.