De rechtbank in Londen heeft de huiszoekingsbevelen die in februari zijn gebruikt om de woningen van de Britse ex-prins Andrew Mountbatten-Windsor in Sandringham en Windsor te doorzoeken, onwettig verklaard. De bevelen waren gebaseerd op een verkeerd wetsartikel. De politie van Thames Valley heeft de fout in juli al erkend, maar maakte dit pas later bekend. De uitspraak betekent niet dat het strafrechtelijk onderzoek tegen de broer van koning Charles moet worden gestopt.
Andrew, die tegenwoordig als burger door het leven gaat, stapte naar de rechter om de huiszoekingsbevelen onwettig te laten verklaren. Vermoedelijk hoopte hij dat eventuele bewijzen die bij de doorzoekingen zijn gevonden, niet tegen hem gebruikt mogen worden. Of die redenering opgaat, is nog de vraag. De politie hoeft de in beslag genomen eigendommen voorlopig niet terug te geven. De rechtbank bekijkt volgend jaar of het bij de doorzoekingen meegenomen materiaal alsnog als bewijs mag worden gebruikt.
De doorzoekingen hielden verband met het onderzoek naar de vraag of Andrew in de periode dat hij Brits handelsgezant was, tussen 2001 en 2011, geheime informatie heeft gedeeld met de Amerikaanse zedendelinquent Jeffrey Epstein. De politie arresteerde de jongere broer van koning Charles in februari op verdenking van wangedrag in een openbaar ambt. Wat het onrechtmatige bevel betekent voor de rest van het onderzoek naar Mountbatten-Windsor, is nog niet duidelijk.
Andrew verscheen zelf niet in de rechtbank. Mogelijk wist hij hoe de uitspraak zou uitvallen, omdat de politie de fout al in juli had toegegeven. De ex-prins, die 66 is, voert inmiddels de achternaam Mountbatten-Windsor. De rechtbank heeft met de uitspraak een klein succesje voor hem geboekt, maar het onderzoek naar zijn rol als handelsgezant en de omgang met Epstein gaat onverminderd door.
3