Zorgverzekeraar VGZ heeft de burgemeesters van de 34 gemeenten in Nederland die geen gemeentepolis aanbieden, per brief opgeroepen om daarover in gesprek te gaan. VGZ vindt dat alle gemeenten de regeling voor mensen met een laag inkomen zouden moeten aanbieden. Sommige gemeenten hebben de polis afgeschaft, andere hebben hem nooit gehad.
De gemeentepolis is een basisverzekering met een aanvullende verzekering die gemeenten samen met een zorgverzekeraar aanbieden aan inwoners met een laag inkomen. De gemeente betaalt een deel van de premie. Onder meer Utrecht, Breda en Groningen schaften de regeling vanwege de hoge kosten af. Mensen die er gebruik van maakten, moeten zich nu gewoon verzekeren. Willen zij dezelfde zorg houden, dan betalen zij een hogere premie, wat velen niet kunnen of willen opbrengen.
Het gevolg is dat zij niet verzekerd zijn voor zorg buiten de basisverzekering, zoals mondzorg en fysiotherapie. Zij mijden dat soort zorg dan, en gaan soms niet naar de tandarts ondanks klachten aan hun gebit. Op termijn kan dat juist tot hogere kosten leiden. In Nederland maken 580.000 mensen gebruik van een gemeentepolis. Nog eens 90.000 mensen zouden er baat bij hebben, maar wonen in een gemeente die de polis niet aanbiedt. Weer 70.000 anderen kunnen de polis wel aanvragen, maar doen dat niet omdat de gemeente te weinig aan de premie bijdraagt.
Het Instituut voor Publieke Economie pleitte onlangs in een rapport voor één landelijke regeling om mensen met een laag inkomen tegen hoge zorgkosten te beschermen. Het instituut adviseert de ruim driehonderd lokale regelingen te vervangen door een landelijke aanpak, om zorgmijding te voorkomen en alle lage inkomens bescherming te bieden. VGZ ziet meer in behoud van de gemeentepolis. «We willen voorkomen dat de overheid een hele eigen regeling in het leven gaat roepen», zegt een woordvoerder. «Dat kost heel veel werk, terwijl nog steeds veel gemeenten een gemeentepolis hebben die zijn werk goed doet.»
Volgens VGZ zouden gemeenten meerdere pakketten moeten aanbieden. Niet iedereen gebruikt even veel zorg, en bij één pakket per gemeente sluit dat vaak niet aan op alle doelgroepen, waardoor veel gebruikers oververzekerd zijn. De regeling valt onder de Participatiewet en gemeenten bepalen zelf of zij meedoen. Omdat veel gemeenten moeten bezuinigen, kiezen zij voor uitgaven waar zij vanaf kunnen, zoals de gemeentepolis. Dat levert op korte termijn winst op, maar uit een kosten-batenanalyse van onderzoeksbureau Rebel blijkt dat een fatsoenlijke bijdrage op termijn goedkoper is dan het opvangen van schulden die ontstaan door langdurige zorgmijding.
Preventieacties zijn geen onderdeel van de gemeentepolis, maar VGZ ziet de polis wel als een manier om meer aan preventie te doen. De verzekeraar noemt speciale acties voor mensen met overgewicht in Brabant en een tandartsbus in Den Haag, waar mensen gratis hun gebit kunnen laten controleren. Ook CZ en Menzis zijn voorstander van de gemeentepolis. Menzis ziet in gemeenten die met de regeling stopten dat schulden toenemen en dat zorg wordt gemeden uit angst voor onverwachte kosten. CZ stuurt ook een brief naar alle gemeenten zonder gemeentepolis. Zilveren Kruis ziet juist meer in een landelijke regeling, omdat de polis onvoldoende zekerheid biedt zolang niet iedere gemeente meedoet en de inhoud per gemeente verschilt. De verzekeraar blijft de polis wel aanbieden zolang er geen landelijke wettelijke regeling is.
De verschillen tussen gemeenten zijn groot. Zo betaalt een inwoner van Diemen 64 euro per maand voor een gemeentepolis, tegen 33 euro voor dezelfde polis in het naburige Ouder-Amstel, waar de gemeente meer bijdraagt. In 84 gemeenten draagt de gemeente minstens 40 euro per maand bij, in 53 gemeenten minder dan 20 euro; de overige 167 zitten daartussenin. Of de 34 aangeschreven gemeenten op de oproep van VGZ ingaan, is nog niet duidelijk.
3